Een einde aan de vee-industrie


Minder pro­blemen voor natuur, milieu, mens en dieren­welzijn

Voor de kiloknallers worden varkens, kippen, koeien, konijnen en geiten in de vee-industrie opgefokt en opgehokt, mishandeld en ziek gemaakt. Nederland is momenteel het meest veedichte land ter wereld. In de afgelopen 50 jaar heeft de Nederlandse veehouderij zich ontwikkeld tot een vee-industrie waarin jaarlijks circa 500 miljoen dieren gedood worden. De dieren zijn in deze periode steeds intensiever geëxploiteerd. Ze hebben minder ruimte gekregen, ze zien het daglicht niet meer en groeien als gevolg van fokprogramma’s, voer en medicijnen onnatuurlijk snel. Slachtkuikens kunnen na enkele weken hun eigen lichaamsgewicht niet meer dragen, koeien produceren vier keer meer melk dan 100 jaar geleden en kippen leggen achtmaal zoveel eieren als vroeger. In de overvolle stallen is er voor de dieren niets te beleven, waardoor ze aan stress lijden en ernstig gestoord gedrag vertonen.

De productie van vlees is bovendien zeer inefficiënt: voor één kilo biefstuk is 25 kilo voer en 15.000 liter water nodig. De Partij voor de Dieren wil een einde maken aan de vee-industrie. Minder dieren betekent minder problemen voor natuur, milieu, mens en dierenwelzijn.

De Partij voor de Dieren wil dat er een einde komt aan alle directe en indirecte subsidies die de vee-industrie ontvangt van de provincie, zoals het aanbieden van gunstige regelingen voor de verplaatsing van vee-industrieën. Hier wordt belastinggeld gebruikt om de vee-industrie te helpen: de vervuiler vervuilt, maar de burger betaalt.

Het standpunt Een einde aan de vee-industrie is onderdeel van: Zorg voor dieren Gezonde landbouw, gezond voedsel

Help mee aan een betere wereld

    Doe mee Doneer

Gerelateerd

Vragen Nieuws