Gezonde landbouw, gezond voedsel


Van dierlijke naar gifvrije, plant­aardige voeding

De Partij voor de Dieren wil naar een streekgebonden, plantaardige en biologische productie van voedsel. Daar speelt het bestuur van de provincie een grote rol in. Het uitgangspunt is om mét de natuur te werken en niet tegen de natuur. Dat betekent landbouw met wisselteelt en bloeiende akkerranden, met bomen en hagen die de velden omlijsten, in evenwicht met de omgeving. In deze grondgebonden landbouw is een gezonde bodem de standaard en is respect
voor natuur, milieu, dierenwelzijn en volksgezondheid vanzelfsprekend. De Partij voor de Dieren wil af van landbouw die leunt op overbemesting, landbouwgif en uitbuiting van dieren.

Een goede boer is iemand die met liefde voor het vak een ambacht uitoefent – en is dus geen mestmanager of landbouwgiftechnoloog. Nederland kent als gevolg van het immense aantal landbouwdieren een groot aantal problemen, zoals een gigantisch mestoverschot en een onbeheersbare uitstoot van ammoniak en broeikasgassen. Natuur en milieu hebben al tientallen jaren te kampen met
verdroging, overbemesting en verzuring. Dierziektes en grootschalig antibioticagebruik vormen een gevaar voor de volksgezondheid. Mestbewerkers, zoals vergisters, lossen het mestoverschot niet op maar verplaatsen het probleem.

  • Duurzame of diervriendelijke visserij bestaat niet

    De visserij is de afgelopen decennia veranderd in een massale industrie met verwoestende effecten op ecosystemen. De vangsttechnieken zorgen voor een pijnlijke doodsstrijd voor de vissen. Bovendien is er sprake van ernstige overbevissing. Viskwekerijen - ten onrechte vaak gezien als een alternatief voor wildvangst - vormen een nieuwe bio-industrie, met alle gevolgen van dien voor dieren en volksgezondheid.

    Meer informatie
  • Een einde aan de vee-industrie

    Voor de kiloknallers worden varkens, kippen, koeien, konijnen en geiten in de vee-industrie opgefokt en opgehokt, mishandeld en ziek gemaakt. Nederland is momenteel het meest veedichte land ter wereld. In de afgelopen 50 jaar heeft de Nederlandse veehouderij zich ontwikkeld tot een vee-industrie waarin jaarlijks circa 500 miljoen dieren gedood worden. De dieren zijn in deze periode steeds intensiever geëxploiteerd. Ze hebben minder ruimte gekregen, ze zien het daglicht niet meer en groeien als gevolg van fokprogramma’s, voer en medicijnen onnatuurlijk snel. Slachtkuikens kunnen na enkele weken hun eigen lichaamsgewicht niet meer dragen, koeien produceren vier keer meer melk dan 100 jaar geleden en kippen leggen achtmaal zoveel eieren als vroeger. In de overvolle stallen is er voor de dieren niets te beleven, waardoor ze aan stress lijden en ernstig gestoord gedrag vertonen.

    De productie van vlees is bovendien zeer inefficiënt: voor één kilo biefstuk is 25 kilo voer en 15.000 liter water nodig. De Partij voor de Dieren wil een einde maken aan de vee-industrie. Minder dieren betekent minder problemen voor natuur, milieu, mens en dierenwelzijn.

    De Partij voor de Dieren wil dat er een einde komt aan alle directe en indirecte subsidies die de vee-industrie ontvangt van de provincie, zoals het aanbieden van gunstige regelingen voor de verplaatsing van vee-industrieën. Hier wordt belastinggeld gebruikt om de vee-industrie te helpen: de vervuiler vervuilt, maar de burger betaalt.

    Meer informatie
  • Een gentechvrije provincie

    Genetische manipulatie (gentech) tast de integriteit van planten en dieren aan. Ook vormt deze techniek een risico voor de biodiversiteit. Gifresistente gewassen, zoals gentechsoja en –maïs hebben geleid tot een toegenomen gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen. Bovendien kunnen gentechgewassen zich mengen met gangbare en biologische teelt. De Partij voor de Dieren pleit daarom voor een gentechvrije provincie.

    Meer informatie
  • Minder mest, minder problemen

    Nederland kent als gevolg van het immense aantal dieren een gigantisch mestoverschot dat zorgt voor een bijna onbeheersbare uitstoot van ammoniak en broeikasgassen en voor grote schade aan natuur en milieu. De Partij voor de Dieren wil dat de mestproblemen bij de bron worden aangepakt. Dat betekent dat het aantal dieren, en dus de productie van mest, moet worden ingeperkt. Mestvergisting heeft enorm nadelige gevolgen voor mensen, dieren, milieu en het landschap.

    Meer informatie
  • Op weg naar natuurlijke landbouw

    Een goede boer is iemand die met liefde voor het vak een ambacht uitoefent – en is dus geen mestmanager of landbouwgiftechnoloog. De Partij voor de Dieren wil af van landbouw die leunt op overbemesting en gif. De intensieve landbouw teelt vaak jaren achtereen hetzelfde gewas, zodat de grond uitgeput raakt. Er wordt tégen de natuur in plaats van mét de natuur gewerkt. Wij willen een landbouw met wisselteelt, evenwichtsbemesting en bloeiende akkerranden. Bomen en hagen omlijsten de velden en het milieu en de volksgezondheid profiteren.

    Meer informatie
  • Stimuleren van kleinschaligheid

    De productie van vlees en zuivel kent allerlei verborgen kosten, zoals milieuschade, dierruimingen, verhoogde gezondheidsrisico’s en de teruggang van biodiversiteit. Zolang deze kosten niet worden doorberekend in de prijs van deze dierlijke producten, moet de provincie de grondgebonden, kleinschalige en biologische land- en tuinbouw steunen. Zo worden boeren gestimuleerd en geholpen om de overstap naar een duurzamere en diervriendelijkere voedselproductie te maken. Ook kan de provincie een voortrekkersrol op zich nemen als het gaat om het stimuleren van initiatieven op het gebied van stadslandbouw.

    Meer informatie
  • Weg met landbouwgif

    Bestuiving van gewassen door bijen en hommels is van essentieel belang voor de natuur en voor ons voedsel. Giftige bestrijdingsmiddelen, zoals neonicotinoïden, bedreigen het voortbestaan van deze onmisbare schakel in ons ecosysteem. De Partij voor de Dieren strijdt al jaren tegen de neonicotinoïden. De bij wordt behalve door landbouwgif ook bedreigd door een gebrek aan voldoende gevarieerd voedsel.

    Meer informatie