Schrif­te­lijke vervolg­vragen massale vissterfte Oost­vaar­ders­plassen


Indiendatum: nov. 2019

Geachte voorzitter van de Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vervolgvragen aan het college van Gedeputeerde Staten over hoge vissterfte in de Oostvaardersplassen in de zomer van 2019 en de relatie met de moerasreset.

Inleiding:

De Partij voor de Dieren stelt vast dat de beantwoording van eerdere vragen over hoge vissterfte in de Oostvaardersplassen, ingediend op 23 september 2019, onvolledig en ontwijkend is beantwoord. De Partij voor de Dieren bevraagt daarom nogmaals de gang van zaken rondom de moerasreset en de relatie met de hoge vissterfte van 60.000 vissen in de zomer van 2019. In deze vragen zal verwezen worden naar de gestelde schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren van 23 september 2019 en hun beantwoording(1).

1. Het college stelt in de beantwoording van vraag 1 dat de vissterfte los staat van het lagere waterpeil. Waarop baseert het college deze conclusie?

2. De droge zomer van 2018 heeft op natuurlijke wijze ertoe geleid dat het waterpeil met 40cm is verlaagd. Erkent het college dat het waterpeil zich niet kon herstellen in de natte herfst- en wintermaanden, doordat in september 2018 dit met opzet werd voorkomen door een deel van de houten vaste aflaat te verwijderen? Erkent het college dat hierdoor het waterpeil in 2019 lager was, dan wanneer de aflaat niet was verlaagd? Zo nee, waarom niet?

"Droge zomer van 2018

De extreem droge zomer van 2018 heeft er op natuurlijke wijze toe geleid dat het peil in de Grote Plas van de Oostvaardersplassen circa 40 cm lager is dan het streefpeil van -3,70m NAP. Het is onwenselijk om het peil in de Grote Plas eerst omhoog te laten komen om vervolgens in 2019 weer omlaag te brengen. Door het peil in de winter van 2018/2019 verlaagd te houden, zal per saldo veel minder water actief afgelaten worden. Daarom is de bestaande houten vaste aflaat in september 2018 al aangepast. In 2019/2020 wordt door middel van van actief aflaten het peil verder verlaagd (tot 60 cm), in de zomer van 2020 gevolgd door een periode van passieve verlaging ten gevolge van natuurlijke processen (inzijging en met name verdamping)"

(Uitvoeringsplan moerasreset Oostvaardersplassen , pagina 8)

3. In het Uitvoeringsplan moerasreset Oostvaardersplassen wordt als risico “massale sterfte van
vissen” omschreven, “met name in de zomer van 2019”, ten gevolge van “zuurstof- en
voedseltekort door inkrimpend leefgebied ten gevolge van de verlaging van de waterstand”.
Om massale vissterfte te voorkomen wordt als preventieve beheersmaatregel genoemd het
afvissen van de vissen in de grote plas (en deze uitzetten in het Markermeer). Waarom heeft
het college deze preventieve beheersmaatregel niet uitgevoerd? Is het college het met de
Partij voor de Dieren eens dat door het niet uitvoeren van deze preventieve
beheersmaatregel, er een massale sterfte van vissen heeft plaatsgevonden?

Risicobeheersing moerasreset

4. Gezien het feit dat het college de preventieve en correctieve beheersmaatregel van zowel

het afvissen van levende vissen (om deze uit te plaatsen in het Markermeer) als het
opruimen van de dode vissen in de grote plas niet heeft uitgevoerd, hoe heeft het college
dan actief gepoogd te voorkomen dat er een uitbraak van botulisme zou plaatsvinden?
Welke acties heeft het college hiertoe ondernomen?

5. In antwoord 11 wordt gesteld dat het op dit moment niet mogelijk is om veilig
watermonsters te nemen, vanwege de lage waterstand, zodat niet bepaald kan worden of de
vissterfte invloed heeft gehad op de waterkwaliteit. “Zodra het waterpeil gestegen is, of een
nieuw te maken bemonsteringsput beschikbaar is, wordt de bemonstering weer hervat.”
Aangezien het waterpeil pas verhoogd gaat worden als de moerasreset geslaagd is, en dat
nog wel een paar jaar gaat duren: wanneer zal de genoemde bemonsteringsput aangelegd en
in gebruik genomen worden? Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het
problematisch is voor de flora en fauna in het gebied wanneer de waterkwaliteit niet in de
gaten wordt gehouden?

6. In de beantwoording van vraag 2 stelt het college dat de op 21 juni 2019 verleende
vergunning nodig was omdat er meerdere maatregelen genomen zouden worden die niet in
het Natura2000-plan stonden. Als dat het geval is, en de effecten van deze nieuwe
maatregelen dus niet eerder waren onderzocht in het Natura2000-plan, waarom is er dan
niet juist meer oog geweest voor de effecten van deze maatregelen op flora en fauna, zoals
de vissen welke nota bene als risico omschreven staat in het uitvoeringsprogramma?

7. Al het bovenstaande heeft ertoe geleid dat er minstens 60.000 vissen zijn overleden, een
ontstellend hoog aantal. Het college stelt dat ze “het mogelijke gedaan hebben om
grootschalige vissterfte in de Oostvaardersplassen te voorkomen”. Is het college het,
bovenstaande conclusies en vragen in ogenschouw genomen, eens met de Partij voor de
Dieren dat dit niet klopt aangezien de preventieve beheersmaatregelen niet zijn uitgevoerd,
en dat hierdoor tienduizenden vissen zijn overleden?


8. De Partij voor de Dieren is van mening dat het college een wanbeleid heeft gevoerd gezien
het feit dat er expliciet gewaarschuwd is in het uitvoeringsplan voor massale vissterfte in de
zomer van 2019 en er desondanks géén preventieve maatregelen zijn uitgevoerd en hierdoor
als gevolg zo’n 60.000 vissen op gruwelijke wijze zijn overleden in zuurstof- en voedselarm
water. Deelt het college deze mening? Zo ja, welke conclusies en consequenties trekt het
college hieruit? Zo nee, waarom niet?

9. Kunt u deze vragen en deelvragen één voor één volledig beantwoorden, zonder te verwijzen
naar eerdere antwoorden en zonder hierbij vragen over te slaan?

Bij voorbaat dank voor de beantwoording,
Leonie Vestering, Partij voor de Dieren Flevoland

(1) https://stateninformatie.flevo...

Indiendatum: nov. 2019
Antwoorddatum: 10 jan. 2020

1. Het college stelt in de beantwoording van vraag 1 dat de vissterfte los staat van het lagere waterpeil. Waarop baseert het college deze conclusie?

Zonder aanpassing van de houten vaste aflaat zou er ongeveer 10 cm extra water hebben
gestaan. Hiermee was het warme zuurstofloze water tijdens de extreem warme, niet eerder
voorgekomen periode in 2019, niet te voorkomen. Vissterfte heeft in deze periode ook elders in
Nederland plaatsgevonden.

2. De droge zomer van 2018 heeft op natuurlijke wijze ertoe geleid dat het waterpeil met 40cm is verlaagd. Erkent het college dat het waterpeil zich niet kon herstellen in de natte herfst- en wintermaanden, doordat in september 2018 dit met opzet werd voorkomen door een deel van de houten vaste aflaat te verwijderen? Erkent het college dat hierdoor het waterpeil in 2019 lager was, dan wanneer de aflaat niet was verlaagd? Zo nee, waarom niet?

Ja, het waterpeil was ongeveer 10 cm lager dan zonder aanpassing van de houten stuw. Er is
geen sprake van opzet. Het bleek inderdaad dat na de wintermaanden het waterpeil
onvoldoende heeft kunnen herstellen. Daarop voorvloeiend was het waterpeil logischerwijs lager
in de zomer van 2019. We hadden hier te maken met een onvoorziene weersomstandigheid.

3. In het Uitvoeringsplan moerasreset Oostvaardersplassen wordt als risico “massale sterfte van
vissen” omschreven, “met name in de zomer van 2019”, ten gevolge van “zuurstof- en
voedseltekort door inkrimpend leefgebied ten gevolge van de verlaging van de waterstand”.
Om massale vissterfte te voorkomen wordt als preventieve beheersmaatregel genoemd het
afvissen van de vissen in de grote plas (en deze uitzetten in het Markermeer). Waarom heeft
het college deze preventieve beheersmaatregel niet uitgevoerd? Is het college het met de
Partij voor de Dieren eens dat door het niet uitvoeren van deze preventieve
beheersmaatregel, er een massale sterfte van vissen heeft plaatsgevonden?

Het.extreem warme weer was onvoorzien. Er is gekozen om de preventieve maatregel niet uit te
voeren, omdat het afvissen niet mogelijk is vanwege de geringe diepte en aanwezigheid van
takken en bomen. Ook is de overlevingskans voor vis alleen in de winterperiode voldoende. In
het uitvoeringsplan moerasreset staat aangegeven dat een visvangstput noodzakelijk is en dat er
actief water afgelaten moet worden om de vissen naar de vangstput te lokken. Beiden acties
worden dit najaar/winter uitgevoerd.

4. Gezien het feit dat het college de preventieve en correctieve beheersmaatregel van zowel het afvissen van levende vissen (om deze uit te plaatsen in het Markermeer) als het
opruimen van de dode vissen in de grote plas niet heeft uitgevoerd, hoe heeft het college
dan actief gepoogd te voorkomen dat er een uitbraak van botulisme zou plaatsvinden?
Welke acties heeft het college hiertoe ondernomen?

Na de vissterfte is gekeken naar twee handelingsopties: 1. Dode vissen opruimen, 2. Water
inlaten vanuit het Markermeer. Beide opties zijn onderbouwd afgevallen. Het moeras is niet
begaanbaar bij deze lage waterstand. Water inlaten vanuit het Markermeer zou de natuurlijke
vertering vertragen en dode vissen verder door het gebied verspreiden.

5. In antwoord 11 wordt gesteld dat het op dit moment niet mogelijk is om veilig
watermonsters te nemen, vanwege de lage waterstand, zodat niet bepaald kan worden of de
vissterfte invloed heeft gehad op de waterkwaliteit. “Zodra het waterpeil gestegen is, of een
nieuw te maken bemonsteringsput beschikbaar is, wordt de bemonstering weer hervat.”
Aangezien het waterpeil pas verhoogd gaat worden als de moerasreset geslaagd is, en dat
nog wel een paar jaar gaat duren: wanneer zal de genoemde bemonsteringsput aangelegd en
in gebruik genomen worden? Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het
problematisch is voor de flora en fauna in het gebied wanneer de waterkwaliteit niet in de
gaten wordt gehouden?

Voor de bemonstering wordt deze winter een aanlegsteiger gemaakt. Voor de bemonstering van
de waterkwaliteit wordt gebruikt gemaakt van de afvoergeul en of visvangstput. De plassen in
het moeras zijn een Kader Richtlijn Water lichaam, waardoor de maandelijkse monitoring van de
waterkwaliteit geregeld is en uitgevoerd wordt door het waterschap.

6. In de beantwoording van vraag 2 stelt het college dat de op 21 juni 2019 verleende
vergunning nodig was omdat er meerdere maatregelen genomen zouden worden die niet in
het Natura2000-plan stonden. Als dat het geval is, en de effecten van deze nieuwe
maatregelen dus niet eerder waren onderzocht in het Natura2000-plan, waarom is er dan
niet juist meer oog geweest voor de effecten van deze maatregelen op flora en fauna, zoals
de vissen welke nota bene als risico omschreven staat in het uitvoeringsprogramma?

Naast de aanvraag voor de wet Natuurbescherming is er een milieueffectrapportage opgesteld
voor de uitvoering van de maatregelen van de moerasreset. Hiermee zijn alle relevante aspecten
zorgvuldig beoordeeld.

7. Al het bovenstaande heeft ertoe geleid dat er minstens 60.000 vissen zijn overleden, een
ontstellend hoog aantal. Het college stelt dat ze “het mogelijke gedaan hebben om
grootschalige vissterfte in de Oostvaardersplassen te voorkomen”. Is het college het,
bovenstaande conclusies en vragen in ogenschouw genomen, eens met de Partij voor de
Dieren dat dit niet klopt aangezien de preventieve beheersmaatregelen niet zijn uitgevoerd,
en dat hierdoor tienduizenden vissen zijn overleden?

Nee, Gedeputeerde Staten hebben het mogelijke gedaan om grootschalige vissterfte in de
Oostvaardersplassen te voorkomen. Helaas is dit vanwege de extreme hitte niet gelukt.


8. De Partij voor de Dieren is van mening dat het college een wanbeleid heeft gevoerd gezien
het feit dat er expliciet gewaarschuwd is in het uitvoeringsplan voor massale vissterfte in de
zomer van 2019 en er desondanks géén preventieve maatregelen zijn uitgevoerd en hierdoor
als gevolg zo’n 60.000 vissen op gruwelijke wijze zijn overleden in zuurstof- en voedselarm
water. Deelt het college deze mening? Zo ja, welke conclusies en consequenties trekt het
college hieruit? Zo nee, waarom niet?

Nee, het betreft een natuurlijk fenomeen en is niet uniek voor Flevoland. Gedeputeerde Staten
doen het mogelijke zowel in deze situatie als voor toekomstige situaties.

9. Kunt u deze vragen en deelvragen één voor één volledig beantwoorden, zonder te verwijzen
naar eerdere antwoorden en zonder hierbij vragen over te slaan?

Ja.