Schrif­te­lijke vragen: Stop de jacht op Damherten in de Horsterwold!


Indiendatum: okt. 2019

Datum: 3 oktober 2019

Geachte voorzitter van de Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de
Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over de
vergunning voor het afschieten van damherten in het Horsterwold, en overeenkomstig
daarmee het afschieten van damherten zoals momenteel gaande is:

  1. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat wilde dieren zoveel mogelijk
    met rust moeten worden gelaten, en dat het doden en bejagen van dieren alleen
    acceptabel is wanneer er dringende redenen voor zijn, bijvoorbeeld omdat het dier
    lijdt? Zo nee, waarom niet?
  2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het wreed en onacceptabel is
    wanneer er door de jacht jonge dieren moederloos achter blijven, partnerverbanden
    worden verstoord en de groepshiërarchie en populatiedynamiek letterlijk aan flarden
    wordt geschoten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe uit zich dat?
  3. Hoeveel damherten zijn er sinds het verlenen van de vergunning op 30 juli 2019
    gedood?
  4. Waarom is er geen einde vermeld op de vergunning?
  5. Wat is de actuele stand van het aantal damherten in het Horsterwold?
  6. Hoeveel damherten mogen er maximaal afgeschoten worden op deze vergunning?
    Waarop is dit aantal gebaseerd?
  7. Kunt u de berekening op pagina 8 en 9 van de vergunning toelichten? Op basis van
    welke gegevens of welk onderzoek is de voorspelde groei van 247 naar 475 herten
    gebaseerd? En is deze inderdaad behaald?
  8. Waarom is al met afschot begonnen voor de bezwaartermijn voor de vergunning is
    verlopen? Op deze manier is het, wanneer er gegronde bezwaren op de vergunning
    komen, onmogelijk om de beslissing terug te draaien; de herten zijn inmiddels al
    dood.
  9. In de vergunning worden verschillende alternatieven besproken. Een ervan is
    snelheidsverlaging en bebording langs aangrenzende wegen waar veel aanrijdingen
    plaatsvinden. In de vergunning wordt gesteld dat deze niet effectief zijn gebleken.
    Hoeveel waarschuwingsborden voor loslopend wild staan er op dit moment in het
    gebied in en rond het Horsterwold?
  10. Op welke manieren wordt de maximale snelheid (60 km/uur rondom de Stille Kern)
    momenteel gehandhaafd? In hoeverre is deze handhaving effectief?
  11. Kunt u verklaren waarom er niet gekozen is voor een snelheidsverlaging op de
    Spiekweg, Nijkerkerweg en de Gooiseweg, waar veel ongelukken met damherten
    plaatsvinden?
  12. Kunt u toelichten waarom er ter voorkoming van aanrijdingen rondom autowegen
    niet gekozen is voor het verhogen van de hekken, zodat mannelijke herten hier niet
    meer overheen kunnen springen?
  13. Een andere belangrijke reden voor afschot is de schade aan jonge boompjes die
    onderdeel zijn van houtproductie. Er wordt gesteld dat het beschermen van jonge
    boompjes met korven en hekken niet effectief is gebleken, omdat herten deze
    kapotmaken en/of verplaatsen. Kunt u verklaren waarom deze methode in veel
    andere natuurgebieden en provincies zoals Utrecht[1] en Gelderland[2] wel aangeraden
    wordt en effectief is, en in het Horsterwold niet?
  14. Kunt u voorbeelden met ons delen van de kapotgemaakte en/of verplaatste korven
    en hekken waarover in de vergunning op pagina 10 wordt gesproken? Waaruit blijkt
    dat deze schade door damherten is veroorzaakt?
  15. In de vergunning wordt besproken waarom de verschillende alternatieven niet
    afdoende zijn. Is er ook gekeken naar de combinatie van alternatieven? Bijvoorbeeld
    het concentreren, omheinen en deels verplaatsen van houtplantage, het aanleggen
    van meer rasters en hogere hekken om de dieren weg te houden bij drukke wegen,
    en een snelheidsverlaging en meer bebording? Zo ja, wat was hierbij de conclusie? Zo
    nee, waarom niet?
  16. Bent u bekend met het feit dat afschot leidt tot een versnelde groei van de populatie
    om de verzwakte populatie te herstellen, en dus een contra-effectief effect heeft?[3]
    Zo ja, waarom kiest het college dan toch voor afschot?
  17. Wat is de langetermijnvisie van het college ten aanzien van de door de
    vergunningsaanvrager geschetste problemen? Bent u het met de Partij voor de
    Dieren eens dat het consequent doden en bejagen van dieren geen duurzame,
    diervriendelijke oplossing is?
  18. Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden zonder te verwijzen naar eerdere
    antwoorden?

Bij voorbaat dank voor de beantwoording,
Leonie Vestering, Partij voor de Dieren Flevoland

[1] https://www.utrecht.nl/fileadm...

[2] https://www.gelderland.nl/bestanden/Documenten/Gelderland/05Verkeer-en-vervoer/2018%20-
%20Q2/180501_handboek_bomen_2018.pdf

[3] https://www.jstor.org/stable/3...



Indiendatum: okt. 2019
Antwoorddatum: 2 dec. 2019

Schriftelijke statenvragen van de statenfractie van de Partij voor de Dieren over het afschieten van damherten in het Horsterwold, ingediend op 3 oktober 2019, en de antwoorden daarop van het college van Gedeputeerde Staten zoals vastgesteld op 29 oktober 2019.

1. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat wilde dieren zoveel mogelijk met
rust moeten worden gelaten, en dat het doden en bejagen van dieren alleen acceptabel
is wanneer er dringende redenen voor zijn, bijvoorbeeld omdat het dier lijdt? Zo nee,
waarom niet?

Ja, wij hebben als college het Faunabeheerplan Flevoland 2019-2023 goedgekeurd waarin dit
geregeld wordt.

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het wreed en onacceptabel is
wanneer er door de jacht jonge dieren moederloos achter blijven, partnerverbanden
worden verstoord en de groepshiërarchie en populatiedynamiek letterlijk aan flarden
wordt geschoten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe uit zich dat?

Nee, bij het afschot van damherten is geen sprake van jacht, maar wordt er door een beperkte
groep van professionele mensen een aantal dieren geschoten in het kader van beheer en
schadebestrijding. Men houdt bij het afschot rekening met de familieverbanden. Hindes welke
mogelijk een jong hebben worden niet geschoten.

3. Hoeveel damherten zijn er sinds het verlenen van de vergunning op 30 juli 2019 gedood?

Op 28 november 2019 waren er 57 damherten geschoten.

4. Waarom is er geen einde vermeld op de vergunning?

Er is sprake van een ontheffing en niet van een vergunning. Deze is aangevraagd voor de duur
van het Faunabeheerplan Flevoland 2019-2023. Dit staat niet expliciet vermeld in de
voorschriften, maar staat wel In de toelichting op het besluit.

5. Wat is de actuele stand van het aantal damherten in het Horsterwold?

Daarvoor moeten we wachten op de data die voorkomt uit de monitoring zoals voorgeschreven
in de ontheffing. De tellingen vinden in het voorjaar plaats. Er loopt wel een pilot om dit najaar
nog met drones te tellen.

6. Hoeveel damherten mogen er maximaal afgeschoten worden op deze vergunning?
Waarop is dit aantal gebaseerd?

In het Faunabeheerplan is een draagkrachtberekening gemaakt. De doelstand is 193 damherten
op gebied 3.796 hectare.

7. Kunt u de berekening op pagina 8 en 9 van de vergunning toelichten? Op basis van welke
gegevens of welk onderzoek is de voorspelde groei van 247 naar 475 herten gebaseerd?
En is deze inderdaad behaald?

Deze is gebaseerd op de mate van voortplanting. Dankzij het faunabeheer verwachten wij deze
stand niet te halen.

8. Waarom is al met afschot begonnen voor de bezwaartermijn voor de vergunning is
verlopen? Op deze manier is het, wanneer er gegronde bezwaren op de vergunning
komen, onmogelijk om de beslissing terug te draaien; de herten zijn inmiddels al dood.

Dat is gebruikelijk zodra er een definitief besluit is genomen. Er is altijd de mogelijkheid om een
verzoek om voorlopige voorziening In te dienen. Er zijn echter geen bezwaren tegen de
ontheffing binnengekomen, de termijn hiervoor is Inmiddels verlopen.

9. In de vergunning worden verschillende alternatieven besproken. Een ervan is
snelheidsverlaging en bebording langs aangrenzende wegen waar veel aanrijdingen
plaatsvinden. In de vergunning wordt gesteld dat deze niet effectief zijn gebleken. Hoeveel waarschuwingsborden voor loslopend wild staan er op dit moment in het
gebied in en rond het Horsterwold?

Met borden voorkom je niet dat Damherten de weg oversteken. Een snelheidsbeperking leidt
wel tot minder aanrijdingen. Maar ook op 60 km-wegen zijn er aanrijdingen. Je voorkomt ook
niet dat de dichtheden verder toenemen en ook schade aan de bosbouw wordt hierdoor niet
minder

10. Hoeveel waarschuwingsborden voor loslopend wild staan er op dit moment in het gebied
in en rond het Horsterwold?

Dit is op dit moment niet juist te zeggen, omdat er ook gewerkt wordt aan de Spiekweg. De
Spiekweg is al jaren één van de locaties waar Reeën, Damherten en Vossen worden aangereden,
omdat de weg door bebost gebied voert. Aan beide einden van de weg wordt het verkeer
gewaarschuwd voor overstekend wild.

11. Op welke manieren wordt de maximale snelheid (60 km/uur rondom de Stille Kern)
momenteel gehandhaafd? In hoeverre is deze handhaving effectief?

De handhaving van de snelheid ligt bij de politie. Wij hebben daar geen data over.

12. Kunt u verklaren waarom er niet gekozen is voor een snelheidsverlaging op de Spiekweg,
Nijkerkerweg en de Gooiseweg, waar veel ongelukken met damherten plaatsvinden?

De Spiekweg is een belangrijke verbindingsweg tussen Nijkerk en Zeewolde.
Snelheidsbeperkingen zorgen niet voor minder schade aan de bosaanplant en lossen in dit kader
niets op.

13. Kunt u toelichten waarom er ter voorkoming van aanrijdingen rondom autowegen niet
gekozen is voor het verhogen van de hekken, zodat mannelijke herten hier niet meer
overheen kunnen springen?

Hoge hekken zijn slecht voor de verspreiding van soorten. Het gebied is ook leefgebied voor
Reeën en Vossen. Meer rasters zorgt voor meer versnippering, dit willen we juist voorkomen.

14. Een andere belangrijke reden voor afschot is de schade aan jonge boompjes die
onderdeel zijn van houtproductie. Er wordt gesteld dat het beschermen van jonge
boompjes met korven en hekken niet effectief is gebleken, omdat herten deze
kapotmaken en/of verplaatsen. Kunt u verklaren waarom deze methode in veel andere
natuurgebieden en provincies zoals Utrecht'en Gelderland'wel aangeraden wordt en
effectief is, en in het Horsterwold niet?

Het gaat hier om de schaal waarop de bosverjonging in Flevoland plaatsvindt vanwege de
essentaksterfte.

15. Kunt u voorbeelden met ons delen van de kapotgemaakte en/of verplaatste korven en
hekken waarover in de vergunning op pagina 10 wordt gesproken? Waaruit blijkt dat
deze schade door damherten is veroorzaakt?

Waarschijnlijk wordt gerefereerd naar de tekst op pagina 12. In de periode 2015-2019 Is er door
Staatsbosbeheer onderzoek gedaan naar de schade aan de bomen. Daarbij heeft men ook
gekeken welke soort verantwoordelijk is voor welke schade.

16. In de vergunning wordt besproken waarom de verschillende alternatieven niet afdóende
zijn. Is er ook gekeken naar de combinatie van alternatieven? Bijvoorbeeld het
concentreren, omheinen en deels verplaatsen van houtplantage, het aanleggen van
meer rasters en hogere hekken om de dieren weg te houden bij drukke wegen, en een
snelheidsverlaging en meer bebording? Zo ja, wat was hierbij de conclusie? Zo nee,
waarom niet?

Deze afweging heeft plaatsgevonden in het onderliggend faunabeheerplan.

17. Bent u bekend met het feit dat afschot leidt tot een versnelde groei van de populatie om
de verzwakte populatie te herstellen, en dus een contra-effectief effect heeft?’Zo ja,
waarom kiest het college dan toch voor afschot?

Ervaringen In andere gebieden (Amsterdamse waterleidingsdulnen, Veluwe en
nulstandgebieden) geven aan dat afschot niet leidt tot hogere populaties. Er is in dit geval ook
geen sprake van een verzwakte populatie.

18. Wat Is de langetermijnvisie van het college ten aanzien van de door de
vergunningsaanvrager geschetste problemen? Bent u het met de Partij voor de Dieren
eens dat het consequent doden en bejagen van dieren geen duurzame, diervriendelijke
oplossing is?

Nee, er is gekozen voor een duurzame populatie in het leefgebied Horsterwold. Het laten
doorgroeien van de populatie zorgt voor een hoog risico op verkeersslachtoffers (mens en dier),
geen noodzakelijke bosverjonging, toename landbouwschade en een onbeheerbaar hoge
populatie. Gevolg op lange termijn Is een veel grootschaliger afschot.