Schrif­te­lijke vragen over massale vissterfte in de Oost­vaar­ders­plassen


Relatie vissterfte en moeras­reset

Indiendatum: sep. 2019

Datum: 26 september 2019

Geachte Voorzitter van Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over de massale vissterfte in de Oostvaardersplassen in juli 2019, en de relatie met de moerasreset die momenteel in het gebied bezig is:

  1. Kunt u bevestigen dat op 15 oktober 2018 gedeputeerde Hofstra gezamenlijk met Staatsbosbeheer het ‘startschot’ gaf voor de drooglegging van een deel van het moerasgebied in de Oostvaardersplassen? Wiens besluit was het om op dít moment te starten met de moerasreset?
  2. Klopt het dat maar liefst acht maanden later, op 21 juni 2019, Gedeputeerde Staten een vergunning heeft verleend aan Staatsbosbeheer voor het afvangen van vissen die volgens het besluit ‘door de peilverlaging ten dode zijn opgeschreven’[1]? Zo ja, waarom heeft Gedeputeerde Staten éérst het startsein voor de drooglegging gegeven, voordat de vissen zijn afgevangen en naar het Markermeer zijn overgebracht?
  3. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat deze volgordelijkheid onjuist is? Zo nee, waarom niet?
  4. Waarom is de visstand niet eerst aangepast aan het beoogde waterniveau voordat met verlagen werd begonnen, gezien de eerdere berichtgeving van 29 juli 2019[2] dat vissterfte “niet ongewoon” is in “dit soort ondiepe moerasgebieden”?
  5. Hoe heeft, vanaf de vergunningsverlening op 21 juni 2019, het vangproces eruitgezien?
  6. Hoeveel vissen zijn er daadwerkelijk afgevangen sinds het startschot op 15 oktober 2018?
  7. In de genoemde vergunning wordt gesproken over een logboek dat wordt bijgehouden over de visvangst. Kunt u de inhoud van dit logboek vanaf de start tot nu delen met Provinciale Staten?
  8. Op 27 juli 2019 werd voor het eerst bericht[3] over de massale en extreme vissterfte, wat al snel gerelateerd werd aan de lage waterstand. In hoeverre was er voor en/of ten tijde van deze vissterfte al begonnen met het afvangen van de vis? En indien er geen sprake was van het afvangen van vis, kunt u toelichten waarom niet?
  9. Hoeveel vis is er naar schatting per maand gestorven in de Oostvaardersplassen sinds de start van de moerasreset? Welk deel is dit van de totale populatie?
  10. Welk effect heeft deze massale sterfte van vissen op de Natura2000 doelsoorten?
  11. In het persbericht van de Provinciale Staten van 29 juli wordt genoemd dat de dode vissen niet geruimd zouden worden. Hoe is de situatie in het betreffende gebied nu? Zijn er sindsdien metingen van de waterkwaliteit geweest, om er zeker van te zijn dat de vissterfte inderdaad geen invloed heeft gehad op de waterkwaliteit? Zo ja, wat was de uitkomst hiervan? Zo nee, waarom niet?
  12. Waarom heeft het zo lang (van 15 februari tot 24 juni 2019) geduurd om de vergunning te verlenen? En waarom is deze pas aangevraagd nadat al in oktober het startschot voor de moerasreset door de gedeputeerde is gegeven voor het verlagen van de waterstand?
  13. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het beoogde doel van de vergunning, “om te voorkomen dat er vis sterft als gevolg van de peilverlaging in de Oostvaardersplassen moeten de vissen worden weggevangen”, niet behaald is, ten koste van de levens van talloze vissen? Hoe ziet het college haar eigen verantwoordelijkheid hierin? Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden zonder naar eerdere antwoorden te verwijzen?

Bij voorbaat dank voor de beantwoording,

Leonie Vestering, Partij voor de Dieren Flevoland

[1] https://www.flevoland.nl/getmedia/d2553f95-c960-4959-a2e1-053ef85a8aaf/2409205-vergunning-moerasreset-Oostvaardersplassen-dv.pdf

[2] https://www.flevoland.nl/actueel/vissterfte-in-oostvaardersplassen-door-zuurstofgeb

[3] https://www.omroepflevoland.nl/nieuws/172884/honderden-dode-vissen-langs-oostvaardersdijk

Indiendatum: sep. 2019
Antwoorddatum: 7 nov. 2019

Vraag 1. Kunt u bevestigen dat op 15 oktober 2018 gedeputeerde Hofstra gezamenlijk met Staatsbosbeheer het ‘startschot’ gaf voor de drooglegging van een deel van het moerasgebied in de Oostvaardersplassen? Wiens besluit was het om op dit moment te starten met de moerasreset?

Antwoord:

Ja, dit was een besluit van de Stuurgroep uitvoering beheerplan Natura 2000
Oostvaardersplassen. Provincie Flevoland, Staatsbosbeheer en Waterschap Zuiderzeeland nemen
deel aan deze stuurgroep. Hierbij is echter geen sprake van drooglegging, maar van een start met
Fase 1: het behouden van het door de voorgaande droge zomer bereikte lagere peil. De vissterfte
door de extreem warme zomer staat hier los van. Afgelopen jaar is gebruikt om de volgende stap
verder voor te bereiden, zodat wij na een aantal maatregelen in het veld in de vnnter 2019/2020
kunnen starten met de actieve aflaat van water.

Vraag 2. Klopt het dat maar liefst acht maanden later, op 21 juni 2019, Gedeputeerde Staten een
vergunning heeft verleend aan Staatsbosbeheer voor het afvangen van vissen die volgens het
besluit ‘door de peilverlaging ten dode zijn opgeschreven’? Zo ja, waarom heeft Gedeputeerde
Staten éérst het startsein voor de drooglegging gegeven, voordat de vissen zijn afgevangen en naar
het Markermeer zijn overgebracht?

Antwoord.

Nee, op twee punten klopt deze constatering niet. Op 21 juni 2019 hebben
Gedeputeerde Staten van Flevoland een vergunning Wet natuurbescherming verleend, aan provincie
Flevoland voor de maatregelen die noodzakelijk zijn om de volgende fasen van de moerasreset uit
te voeren. Deze vergunning is noodzakelijk omdat deze maatregelen niet of anders in het
beheerplan Natura 2000 Oostvaardersplassen staan. Hierbij gaat het om de volgende maatregelen:
peilverlaging van 80-90 cm westelijk deel moeras, behoud en herstel drempel, verbeteren stuwen
Grote Vaartweg en Wilgenbos, aanleg aflaatconstructie, vloeiveld en baggerdepot, aanleg afvangput
en overslagkade, herstel kade en de uitzet van karper en waterinlaat Markermeer & IJmeer.

Vraag 3. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat deze volgordelijkheid onjuist is? Zo nee,
waarom niet?

Antwoord:

Nee, in het beleidskader beheer Oostvaardersplassen is prioriteit gegeven aan de
maatregelen die in het kader van Natura 2000 uitgevoerd moeten worden. Mede dankzij de droge
zomer in 2018 is een eerste start gemaakt met fase 1, het behouden van het door de voorgaande
droge zomer bereikte lage peil. Er is echter nog niet actief water afgelaten. Dit gebeurt pas deze
winter na uitvoering van een aantal noodzakelijke uitvoeringsmaatregelen.

Vraag 4. Waarom is de visstand niet eerst aangepast aan het beoogde waterniveau voordat met
verlagen werd begonnen, gezien de eerdere berichtgeving van 29 juli 2019 dat vissterfte “niet
ongewoon’’ is in “dit soort ondiepe moerasgebieden’’?

Antwoord:

Er kan niet gevist worden in de plassen van de Oostvaardersplassen, vanwege de geringe
diepte en aanwezigheid van dode takken en bomen. Daarnaast is de overlevingskans voor vis alleen
in de winterperiode voldoende. In het uitvoeringsplan moerasreset staat aangegeven dat een
visvangstput noodzakelijk is en dat er actief water afgelaten moet worden om de vissen naar de
vangstput te lokken. Beiden worden dit najaar/winter uitgevoerd.

Vraag 5. Hoe heeft, vanaf de vergunningsverlening op 21 juni 2019, het vangproces eruitgezien?

Antwoord:

Er is nog geen vis afgevangen in de Grote plas in het kader van de moerasreset. Wel is er
op 5 november 2019 vis afgevangen in de sloot langs de kade van het westelijk deel van het moeras
in het kader van werkzaamheden ten behoeven van de versterking van de kade. Op deze dag is er
700 kg. vis afgevangen en succesvol uitgezet in het Markermeer. In de aankomende periode wordt
bekeken hoe in de sloot langs de kade hieraan een vervolg wordt gegeven, naast het afvangen van
vis in de Grote plas.

Vraag 6. Hoeveel vissen zijn er daadwerkelijk afgevangen sinds het startschot op 15 oktober 2018?

Antwoord:

Zie antwoord 5.

Vraag 7. In de genoemde vergunning wordt gesproken over een logboek dat wordt bijgehouden over
de visvangst. Kunt u de inhoud van dit logboek vanaf de start tot nu delen met Provinciale Staten?

Antwoord:

Zie antwoord 5.

Vraag 8: Op 27juli 2019 werd voor het eerst bericht over de massale en extreme vissterfte, wat al
snel gerelateerd werd aan de lage waterstand, tn hoeverre was er voor en/of ten tijde van deze
vissterfte al begonnen met het afvangen van de vis? En indien er geen sprake was van het afvangen
van vis, kunt u toelichten waarom niet?

Antwoord:

Eind juli 2019 waren de weersomstandigheden zo extreem, het is nooit eerder zo heet
geweest in Nederland, dat er veel vis is doodgegaan. De waterstand is door het warme weer zeer
snel gezakt door verdamping, de plas is niet drooggezet. Zodra bekend werd dat de omstandigheden
door het warme weer en verdamping kritisch werden, heeft de provincie samen met andere
partners de mogelijkheden voor de aanwezige vis verkend: direct vissen of water inlaten. De eerste
optie is door experts afgeraden vanwege massale vissterfte tijdens het vissen door de warmte en
het slibrijke ondiepe water. De optie water inlaten is uitgewerkt tot en met de vergunningverlening.
De uitvoering is echter ingehaald door de vissterfte.

Vraag 9. Hoeveel vis is er naar schatting per maand gestorven in de Oostvaardersplassen sinds de
start van de moerasreset? Welk deel is dit van de totale populatie?



Antwoord:

Er is alleen een inschatting voor de sterfte tijdens de extreme hitte in het westelijk deel
van het moerasgebied van de Oostvaardersplassen. Ongeveer 60.000 vissen zijn gestorven.

Vraag 10: Welk effect heeft deze massale sterfte van vissen op de Natura2000 doelsoorten?

Antwoord:

De grote vissen leveren geen bijdrage aan de Natura 2OOO doelsoorten. De visstand wordt
gedomineerd door grote vis. Deze zijn te groot om als prooi te dienen voor de vele moeras- en
watervogels. Daarnaast zorgen deze vissen voor een troebel en voedselrijk water. Zeearenden,
Pontische meeuwen en kiekendieven zijn in de periode van vissterfte foeragerend gesignaleerd op
de dode vis. Na de moerasreset ontstaat er een periode van helder water en een door kleine vis
gedomineerde visstand. Dit zorgt voor een piek in moerasvogels, die hiervan afhankelijk zijn. Na
ongeveer vijf jaar is er weer een door grote vis (karper, brasem) gedomineerde vispopulatie.


Vraag 11. In het persbericht van de Provinciale Staten van 29 juli wordt genoemd dat de dode
vissen niet geruimd zouden worden. Hoe is de situatie in het betreffende gebied nu? Zijn er
sindsdien metingen van de waterkwaliteit geweest, om er zeker van te zijn dat de vissterfte
inderdaad geen invloed heeft gehad op de waterkwaliteit? Zo ja, wat was de uitkomst hiervan? Zo
nee, waarom niet?

Antwoord:

De vissen zijn na ongeveer twee weken verteerd. Vanwege de lage waterstand is het niet
mogelijk voor het waterschap Zuiderzeeland om veilig watermonsters te nemen. Zodra het
waterpeil gestegen is, of een nieuw te maken bemonsteringspunt beschikbaar is, wordt de
bemonstering weer hervat.


Vraag 12. Waarom heeft het zo lang (van 15 februari tot 24 juni 2019) geduurd om de vergunning
te verlenen? En waarom is deze pas aangevraagd nadat al in oktober het startschot voor de
moerasreset door de gedeputeerde is gegeven voor het verlagen van de waterstand?

Antwoord:

In oktober 2018 is het startschot gegeven voor fase 1: het behouden van het door de
droge zomer bereikte peil op -4,02 m NAP. Afgelopen jaar is gebruikt om fase 2 verder voor te
bereiden, zodat wij na een aantal maatregelen in het veld in de winter 2019/2020 kunnen starten
met de actieve aflaat. In deze periode zijn de uitvoeringsmaatregelen verder uitgewerkt, is er
intensief contact geweest tussen de projectleiding uitvoering en de vergunningverleners van de
benodigde procedures en zijn de benodigde vergunningen verleend.


Vraag 13. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het beoogde doel van de
vergunning, “om te voorkomen dat er vis sterft als gevolg van de peilverlaging in de
Oostvaardersplassen moeten de vissen worden weggevangen", niet behaald is, ten koste van de
levens van talloze vissen? Hoe ziet het college haar eigen verantwoordelijkheid hierin? Kunt u deze
vragen een voor een beantwoorden zonder naar eerdere antwoorden te verwijzen?

Antwoord:

Nee, het doel van de vergunning is om de maatregelen voor de volgende fase van de
moerasreset zorgvuldig te kunnen uitvoeren. Gedeputeerde Staten hebben het mogelijke gedaan om
grootschalige vissterfte in de Oostvaardersplassen te voorkomen. Helaas is dit vanwege de extreme
hitte niet gelukt. Vissterfte heeft in deze periode ook elders in Nederland plaatsgevonden

Wij staan voor:

Help mee aan een betere wereld

    Doe mee Doneer