Bijdrage bespreking rapporten Oost­vaar­ders­plassen


26 september 2018

Door: Leonie Vestering
Commissie Duurzaamheid van 26 september 2018
Agendapunt 9: Voortgang beleidskader beheer Oostvaardersplassen

Voorzitter,

Vandaag staan opnieuw de Oostvaardersplassen op de agenda. En ook vandaag zal ik mij namens de Partij voor de Dieren verweren tegen de opdracht van Gedeputeerde Staten om dieren die net zo zeer als wij een wil hebben om te leven, te doden. Terwijl we steeds meer leren over de wonderlijke wereld van deze wezens waarmee we onze planeet delen. Over complexe familiestructuren. Over verbazingwekkende zintuigen. Over prachtige liefde tussen dieren onderling en andere diersoorten. Over de intelligentie van dieren. En hun altijd sterke wil om te blijven leven. Net als wij.

In dat tijdperk van verwondering, erkenning, verbazing en de groei van liefde en respect voor dieren, praat de gedeputeerde over het ‘product’ edelhert en hoe dat vermarkt kan worden. Over het resetten van een populatie, zoals het resetten van een iPhone.

Terwijl mondiaal de vraag naar meer rechten voor dieren groeit, barbaarse tradities met dierenleed worden verboden en wetten worden geschreven om dieren te beschermen, werkt de provincie Flevoland op alle mogelijke manieren aan de schending van het recht van deze dieren om te leven.

Voorzitter, het gaat Gedeputeerde Staten niet om of dieren wel of niet lijden. Het gaat Gedeputeerde Staten niet om het welzijn van deze dieren. Dan had hij wel antwoord kunnen geven op onze vragen van vorige week: hoe zorgt u ervoor dat kalfjes niet moederziel alleen blijven? Hoe zorgt u ervoor dat bij deze schuwe dieren geen totale paniek uitbreekt? Simpele vragen, waar de gedeputeerde het antwoord niet op wist en doodeenvoudig op het bordje van Staatsbosbeheer neerlegt. Het gaat niet om dierenwelzijn. Dan hadden de indieners, de SGP en VVD, geen juridisch advies bij een jager gevraagd, maar bij een dierenbeschermer. Het gaat niet om dierenwelzijn. Want dan had de gedeputeerde dieren geen ongeschikt voedsel gegeven in tijden van honger, terwijl aan de andere kant van het hek voldoende natuurlijk voedsel groeide, precies goed voor het moment van het jaar. Het gaat niet om dierenwelzijn. Want dan had GS in de natte, koude wintermaanden beschutting geboden, in plaats van het sluiten van de bossen waardoor de dieren letterlijk en figuurlijk in de kou stonden. Het gaat niet om dierenwelzijn. Want dan had GS de dieren de ruimte gegeven, in plaats van de kogel.

Het gaat, voorzitter, zoals altijd, om de kortetermijnbelangen van de mens. Om geld. Want een landingsbaan voor vogels naast een landingsbaan voor vliegtuigen is op z’n zachtst gezegd levensgevaarlijk. Voor de edelherten. Het gaat om de bescherming van het boerenland. Want stel je voor dat daar eens een verbindingszone voor de natuur zou komen. Boerenbelangen die rijken tot in Den Haag. Het gaat om toerisme en recreatie, want het beschuttingsbos voor de dieren wordt een ‘sport- en speelbos’ voor de mens, waar de dieren niet langer welkom zijn. Het gaat om de menselijke dominantie, om het gevoel de dieren te moeten beheren, ze te vangen in een maximum aantal. Ieder dier dat teveel is, moet dood. “Echt hoor”, zegt gedeputeerde, “dat is in het kader van dierenwelzijn. Want dat hebben we nu eenmaal met elkaar afgesproken.” En het heeft te maken met macht. Want GS mag het besluit nemen, en heeft de mening van haar volksvertegenwoordigers, het hoogste gezag van de provincie, daar niet bij nodig.

Onrecht, voorzitter, is dus krom.

En ongeacht de stapels spoedmededelingen en rapporten: het doden van weerloze dieren en hun pasgeboren jongen praat je niet recht.

Voorzitter, de Partij voor de Dieren vindt het een schande dat Gedeputeerde Staten de besluitvorming en de uitkomsten van de onderzoeken puur en alleen ‘ter info’ naar de Statenleden stuurt. Welke status heeft dit debat wanneer de gedeputeerde zijn conclusies al heeft getrokken? Hoe serieus neemt Gedeputeerde Staten de volksvertegenwoordigers, de insprekers? Wat was uw haast waardoor u niet eerst de uitkomsten van de commissie kon afwachten alvorens u over ging tot het nemen van een besluit?

Voorzitter, de gedeputeerde staat er inmiddels om bekend geen antwoorden te geven op onze vragen. Niet als het gaat om de uitvoering van deze massale schietpartij, niet om onze vragen over of hij dit in het geniep al van plan was op 12 september. Wij wijzen de gedeputeerde erop dat hij wel verplicht is te antwoorden op onze vragen, en dat het niet beantwoorden niet alleen onacceptabel is, maar ook een minachting is naar de democratie.

Voorzitter, onze ultieme poging om antwoorden te krijgen op onze vragen:

Een aantal vragen over de opdracht aan Staatsbosbeheer tot het doden van de edelherten.

GS vermeldt in de opdracht dat SBB verantwoordelijk en aansprakelijk blijft voor de juiste naleving van deze opdracht (pagina 2). Erkent de gedeputeerde dat de verantwoordelijkheid voor het welzijn van de grote grazers niet bij Staatsbosbeheer maar bij de provincie ligt of bij het rijk? En dat de controle op deze taak bij de provincie ligt? En kunt u met dit in uw achterhoofd meteen nog even antwoord geven op mijn eerdere vragen: hoe wordt ervoor gezorgd dat de sociale structuren binnen de groep zo min mogelijk worden aangetast, en hoe kan worden voorkomen dat jongen zonder moeder achterblijven in de Oostvaardersplassen?

Op pagina 3: “De onder voorwaarde drie voornoemde middelen mogen ook gebruikt worden bij het doden van onbeschermde dieren, verwilderde dieren en exoten in het aangewezen gebied”. Vanwaar dit lid? Welke andere dieren wil GS nog meer gaan schieten? Wat is de noodzaak om dit artikel op te nemen in deze opdracht aan Staatsbosbeheer?

Kan de gedeputeerde uitleggen wat bedoeld wordt met: “Door in dit besluit het gebruik van een geluiddemper toe te staan voor het doden van onbeschermde diersoorten, verwilderde dieren en exoten, kan deze ook worden gebruikt in andere besluiten op grond waarvan de personen in dienst van SBB grote hoefdieren mogen afschieten.”? Graag een reactie.

Wordt PS ook geïnformeerd over de actuele telgegevens die rond 15 november worden ingediend bij de provincie door SBB? Kunt u toezeggen niet over te gaan tot het doden van dieren voordat de actuele telgegevens bekend zijn, en besproken zijn in Provinciale Staten? En krijgt PS dan de mogelijkheid om (indien nodig) bij te sturen naar aanleiding van deze tussentijdse gegevens?

Op pagina 8: “Anticonceptie staat bovendien de ontwikkeling van een gezonde natuurlijke populatie met voldoende genenvariatie in de weg.”

Dit vonden wij een beetje een vreemde (ik zoek een ander woord voor hypocriet) opmerking uit monde van GS. Want terwijl u een natuurlijke populatie aan flarden schiet. En houdt u dan met uw besluit tot afschot wel rekening met de ‘genenvariatie’ in de populatie?

Voorzitter, wat de Partij voor de Dieren opviel is dat in de opdracht zélf méér tekst gewijd wordt aan de passage over het ter beschikking stellen van de geschoten edelherten om ze op te eten, dan aan dierenwelzijnspassages. Dit is wat ons betreft tekenend voor de barbaarse aard van de opdrachtbrief. Graag een reactie van de gedeputeerde.

Dan wat betreft het advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden.

Op pagina 2 staat het volgende: “De Raad beperkt zich tot de vragen die de provincie heeft gesteld en neemt de afwegingen die hebben geleid tot de voorgenomen reset van de grazerspopulatie als uitgangspunt.” Welke vragen zijn er door de provincie aan de RDA gesteld?

Een opmerkelijke passage in de brief (pagina 6) van de RDA is de volgende: “De omschakeling van beheer door ‘natuurlijke processen’ naar een via wegvang of afschot gereguleerde populatie, resulteert in beter welzijn van de grazers in het gebied: grote aantallen dieren zullen niet langer worden blootgesteld aan voedselgebrek in de winter, die inherent was aan het beheer door ‘natuurlijke processen’.”

Een vraag aan de RDA is dan ook, hoe komt u tot deze opmerkelijke conclusie? Wat vindt de RDA van het nieuwe beleidskader als geheel?

Pagina 6: “Indien gekozen wordt voor afschot kan dit in onze ogen verantwoord worden uitgevoerd mits goed voorbereid en mits de ervaring die is opgedaan met bijvoorbeeld het vroeg reactieve beheer benut wordt.”

Pagina 6: “De Raad geeft u in overweging om in aanvulling op de bestaande regelgeving ten aanzien van vangen, transport en afschot en de handhaving hierop een opdracht te verstrekken aan een aantal mensen met gezag en kennis van het welzijn van de dieren. Deze personen kunnen de opzet en de uitvoering van de herplaatsing van nabijheid volgen en zonder last of ruggespraak rapporteren over de welzijnsaspecten aan Gedeputeerde Staten. Dit groepje kan ook ter plekke helpen bij het vinden van oplossingen als er calamiteiten zijn.”

Kan de gedeputeerde toezeggen dat er een dergelijke groep deskundigen op het gebied van dierenwelzijn aanwezig zal zijn om toe te zien op het welzijn van de dieren tijdens de uitvoering van de reset?

Pagina 2: “De RDA heeft bij het opstellen gebruik gemaakt van zijn afwegingskader en heeft in het licht van het korte tijdsbestek de zienswijze gebaseerd op direct beschikbare kennis en inzichten zonder aanvullend onderzoek. Het onderwerp en de grote maatschappelijke belangstelling rechtvaardigen een langer tijdbestek, maar het is duidelijk dat vanwege de plannen van de provincie deze tijd nu niet beschikbaar is.”

En op pagina 7: “Het risico bestaat dat door de tijdsdruk onzorgvuldigheden in de voorbereiding en uitvoering toenemen.”

Vanwege de haast van de provincie bij het uitvoeren van de reset blijkt dus dat een echt uitgebreid onderzoek naar alternatieven, laat staan een onderzoek naar de effecten van het nieuwe beleidskader op het dierenwelzijn en ecologische waarden in de Oostvaardersplassen, onmogelijk is. Is de RDA het met de Partij voor de Dieren eens dat er, vanuit dierenwelzijnsoogpunt, geen urgentie is om direct over te gaan tot afschot van deze dieren, en dat een langer tijdsbestek voor het opdien van kennis en aanvullend onderzoek gerechtvaardigd is?

En ook een vraag voor de gedeputeerde:

Uit de argumentatie, niet uit het handelen, van de provincie wil GS laten blijken erg begaan te zijn met het dierenwelzijn van de edelherten en Konikpaarden. Vanwaar dan deze haast die ten koste gaat van zorgvuldigheid en dierenwelzijn?

Het rapport van de WUR, over het uitplaatsen van de grote grazers.

Op pagina 7 staat: “Voor sommige partijen is de tijd te kort gebleken om een reactie te geven en de benodigde informatie te verstrekken. Dit betekent dat de in dit rapport opgenomen bevindingen niet als een compleet beeld moeten worden gezien.”

Ook hieruit blijkt weer die haast en de incompleetheid van gedegen onderzoek naar alternatieven van afschot.

Voorzitter, dan ook reactie op het SWECO-rapport. Mijn vraag aan de gedeputeerde is waarom daar vandaag geen presentatie over is geweest. Of komt dit nog in een andere commissie?

In het rapport wordt regelmatig aangegeven dat er overdag (en ’s nachts) niet wordt gejaagd (maar alleen ’s ochtends en ’s avonds), zoals op pagina 13: “Overdag wordt er in het gebied niet gejaagd, zodat de ganzen het grootste deel van de dag ongestoord kunnen foerageren.”

En ook op pagina 26: “Daar komt bij dat de intensivering van het afschot beperkt en tijdelijk is (binnen een jaar en alleen in vroege ochtend en avond, beperkt aantal schoten) en lokaal.”

En weer op pagina 30: “Het voorgenomen afschot van edelherten vindt in de vroege ochtend en tot in de avond plaats en daarmee binnen de periode waarin vleermuizen actief zijn.”

Maar op pagina 31 staat weer: “Voor het afschot zullen per nacht enkele schoten worden gelost (…)”

Op welke momenten wordt er nou afgeschoten? Alleen ’s ochtends en ’s avonds of ook ’s nachts en overdag? Waarom staat in de opdrachtbrief aan SBB dat er 24 uur per dag mag worden gejaagd terwijl in dit rapport staat aangegeven dat alleen ’s ochtends en ’s avonds kan worden gejaagd omdat anders de overlast voor vogels in het gebied te groot is? Waar is de garantie dat er niet overdag en ’s nachts wordt geschoten?

Op pagina 13: “Omdat er tussen de verstoringscontouren nog voldoende ruimte moet zijn om te foerageren, moet er rekening worden gehouden met een extra buffer rond het verstoringsgebied. In dit kader wordt geschat dat als er op meerdere locaties tegelijk wordt geschoten, nog minimaal de helft van het grazige gebied beschikbaar blijft om ongestoord te foerageren.” Zo valt er te lezen.

Dit gaat alleen op als de uitwijkende vogels direct naar een gebied vliegen waar op dat moment niet wordt gejaagd. Het lijkt me voorstelbaar dat ze dat niet direct doen, waardoor ze wellicht meerdere keren kort op elkaar moeten uitwijken naar andere locaties, wat veel energie kost en stress veroorzaakt. In hoeverre klopt dit vermoeden? En heeft u onderzocht wat dit voor effect heeft op de vogels?

En als laatste voorzitter, luisterend naar alle insprekers, is de gedeputeerde dan van mening dat de opdracht om deze dieren te doden en uit te plaatsen een maatschappelijk gedragen besluit is?