Verant­woor­de­lijkheid Oost­vaar­ders­plassen


Indiendatum: 4 jun. 2021

Geachte voorzitter van de Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over de verantwoordelijkheidsverdeling in de verhouding met Staatsbosbeheer (SBB) en overige vragen die betrekking hebben op de dieren en situatie in en het beleid van de Oostvaardersplassen.

Op woensdag 24 maart jl. is in de commissie RND het agenderingsverzoek van de Partij voor de Dieren, de PVV en JA21, over de Heckrunderen in de Oostvaardersplassen behandeld. Tijdens de commissie weigerde de gedeputeerde op veel vragen antwoord te geven en verwees stelselmatig naar SBB. De commissievoorzitter heeft toen geconcludeerd dat de bespreking op een later moment zou worden voortgezet in aanwezigheid van externe partners. De beeldvormende sessie van 2 juni j.l. was de voortzetting van dit onderwerp. Een groot aantal vragen van de Partij voor de Dieren zijn toen wederom onbeantwoord gebleven.

De Partij voor de Dieren wil graag weten:

  1. Tijdens de beeldvormende sessie van 2 juni j.l. heeft de gebiedsmanager van SBB de toelichting verzorgd en was er alsnog niemand uit het veld aanwezig. Wat was dan precies de meerwaarde om bij de bespreking van 24 maart j.l. stelselmatig naar SBB te verwijzen?
  2. Hoe ligt de verantwoordelijkheidsverdeling tussen GS en Staatsbosbeheer nu precies? Voor welke elementen van het beleid en de uitvoering zijn welke partijen verantwoordelijk?
  3. Wat gaat er nu wel/niet goed in de verhouding met Staatsbosbeheer? Wat moet er beter en hoe kan dat?
  4. Als PS (of een of meerdere individuele Statenleden) vragen of kritiek heeft op het beleid in de OVP, wat is dan de volgens u te volgen procedure?
  5. Wat moet PS doen als GS naar SBB verwijst en SBB naar GS – hoe kan PS dan antwoord krijgen op beleids- en verantwoordelijkheidsvragen? Wat is volgens u de te volgen procedure in deze?
  6. Als er signalen zijn dat er iets niet goed gaat met de dieren in de OVP – wat is dan de te volgen procedure?
  7. Waarom komt de extra beschutting in het gebied maar niet van de grond? Dit werd al in het ICMO 2 rapport uit 2010 met klem aanbevolen. Los van eventuele juridische vertragingen, had dit toch al lang geregeld kunnen en moeten zijn? Waarom niet en wanneer wel?
  8. Hoe is de verantwoordelijkheidsverdeling met betrekking tot de Konikpaarden precies geregeld? Van wie krijgt SBB de opdracht tot vangen in de kraal en hoe zit het met de verantwoordelijkheid over gehouden dieren (want in vangkraal)? Er staan inmiddels alweer een groot aantal in een vangkraal. In eerdere jaren stonden ze daar heel lang, midden in een hete zomer en zonder beschutting. Is daar lering uit getrokken? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
  9. In het rapport Van Geel komt de optie van slacht in het geheel niet voor. Wanneer is ertoe besloten om de paarden niet meer uit te plaatsen, maar in plaats daarvan naar de slacht te brengen? Waarom en moet dit niet periodiek heroverwogen worden (met bijbehorend onderzoek naar geschikte uitplaatsingsgebieden)? Zo nee, waarom niet?
  10. Als slacht volgens GS onvermijdelijk zou zijn, is er dan niet een diervriendelijkere wijze te volgen om dit uit te voeren, in plaats van deze wilde dieren eerst weken/maanden in een vangkraal op te sluiten en vervolgens levend op een zeer stressvol transport naar het slachthuis te brengen? Zo nee, waarom niet?
  11. Wat is precies de toegevoegde waarde van de overdracht van de verantwoordelijkheid over de grote grazers van het Rijk naar de provincie, als GS vervolgens zich aan alle verantwoordelijkheid onttrekt en stelselmatig naar SBB verwijst?
    Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat gezien de chaos rond dit dossier en het feit dat GS de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beleid niet op zich wil nemen, de verantwoordelijkheid beter teruggegeven kan worden aan het Rijk? Zo nee, waarom niet?