Staten­vragen over dood 40.000 kippen stalbrand Swif­terbant


Schriftelijke vragen ex. artikel 23 Reglement van Orde Provinciale Staten van Flevoland over de stalbrand van vandaag aan de Tarpanweg in Swifterbant bij een veehouder waarbij 40.000 kippen zijn omgekomen.

Geachte Voorzitter van Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over de stalbrand van vandaag aan de Tarpanweg in Swifterbant bij een veehouder waarbij 40.000 kippen zijn omgekomen. Wij hopen dat het college bereid is om bij de beantwoording van deze vragen te waar nodig te overleggen met gemeenten, omgevingsdienst en de veiligheidsregio.

  1. In de media lezen wij dat door de stalbrand er 40.000 kippen zouden zijn omgekomen. Uit cijfers van 2015 blijkt echter dat er meer dieren gehouden mochten worden (19.000 scharrelkippen op de eerste etage en 24.000 kippen op de benedenverdieping). Wat is het exacte aantal dieren in de stal op het moment van de brand?
  2. Voldeed de stal aan de nieuwe eisen voor brandveiligheid die in 2014 zijn ingevoerd?
  3. Klopt het dat de schuur met de mestdroger naast de kippenflat stond? Hoe kan het dat dat is vergund? Heeft er een controle plaatsgevonden door de brandweer?
  4. Bent u het met ons eens dat ook wegens de gevaren in geval van brand er nooit zoveel dieren in gesloten stallen gehouden zouden moeten worden? Wat is uw mening over de brandveiligheid van stallen met meerdere verdiepingen?
  5. Is de brandweer in Flevoland op de hoogte van het aantal dieren dat zich in alle stallen van veehouderijen bevinden, waar die zich bevinden, wat de brandklasse is en wat mogelijke ontsnappingsmogelijkheden voor de dieren zijn? Beschikt de brandweer over een up-to-date overzicht van de risico's bij alle bedrijven?
  6. Is er sprake geweest van een gevaar voor de volksgezondheid? 7. Welke mogelijkheden heeft de provincie om stalbranden te voorkomen? Bij voorbaat dank voor een spoedige beantwoording.

Namens de Flevolandse fractie van de Partij voor de Dieren,

Melissa Bax en Leonie Vestering, lid Provinciale Staten.

Antwoorddatum: 18 okt. 2017

Schriftelijke statenvragen van de statenfractie van de Partij voor de Dieren over de stalbrand in Swifterbant op 16 augustus 2017, ingediend op 16 augustus 2017, en de antwoorden daarop van het college van Gedeputeerde Staten zoals vastgesteld op 17 oktober (2120552).

Vraag 1: Wat is het exacte aantal dieren in de stal op het moment van de brand? ?

Volgens de ondernemer zaten er op het moment van de brand 41.500 kippen in de schuur.

Vraag 2: Voldeed de stal aan de nieuwe eisen voor brandveiligheid die in 2014 zijn ingevoerd?

De stal voldoet aan de eisen uit de periode dat deze gebouwd is, namelijk Bouwbesluit 2003.

Vraag 3: Klopt het dat de schuur met de mestdroger naast de kippenflat stond? Hoe kan het dat dat is vergund? Heeft er controle plaatsgevonden door de brandweer?

Het klopt dat de mestopslag naast de kippenstal stond. De mestopslag is vergund in 2014 en voldeed aan de eisen zoals die in het Bouwbesluit 2012 worden gesteld. Brandweer Flevoland heeft advies gegeven op de vergunningaanvraag aan het bevoegd gezag. De mestdroger is ter plaatse niet gecontroleerd omdat het een relatief kleine aanpassing betrof en past binnen de gemeentelijke prioritering.

Vraag 4: Bent u het met ons eens dat ook wegens de gevaren in geval van brand er nooit zoveel dieren in gesloten stallen gehouden zouden moeten worden. Wat is uw mening over de brandveiligheid van stallen met meerdere verdiepingen?

Het toegestane aantal te houden dieren in stallen wordt bepaald door het Besluit houders van dieren en is dus wettelijk geregeld. Dit Besluit is gebaseerd op Europese regelgeving. De brandveiligheid van stallen moet voldoen aan de daarvoor gestelde wettelijke eisen op grond van het Bouwbesluit. Sinds 2014 is deze regelgeving aangepast en bestaan er ook wettelijke brandveiligheidseisen voor nieuw te bouwen stallen. Daarmee verbetert de brandveiligheidssituatie ook voor stallen met meerdere verdiepingen. Stallen van voor 2014 hoeven wettelijk echter niet aangepast te worden aan de nieuwe voorschriften.

Vraag 5: Is de brandweer in Flevoland op de hoogte van het aantal dieren dat zich in alle stallen van veehouderijen bevinden, waar die zich bevinden, wat de brandklasse is en wat mogelijke ontsnappingsmogelijkheden voor de dieren zijn? Beschikt de brandweer over een up-to-date overzicht van de risico's bij alle bedrijven?

De brandweer heeft geen actueel overzicht van alle (agrarische) bedrijven in Flevoland met informatie over aantallen dieren etc. Deze informatie is tijdens een uitruk dan ook niet direct voorhanden en wordt vanuit informatie van de agrariƫr dan wel informatie van de gemeente over de vergunning verkregen.

Vraag 6: Is er sprake geweest van een gevaar voor de volksgezondheid?

Er is tijdens de brand (inschatting brandweer) geen direct gevaar geweest voor de volksgezondheid. De naastgelegen boerderij en een zorgboerderij in de nabije omgeving hadden geen last van de rook die hoog opsteeg. In de omgeving van Urk en Tollebeek werd stank waargenomen en dat is reden geweest om de rook actief te monitoren tijdens de brand. Meetploegen van de brandweer hebben de rookwolk in kaart gebracht en metingen verricht op stikstofoxide, een stof die naar verwachting in de rook zou zitten door de kippen en de mest die bij de brand betrokken waren. Er zijn geen waarden gemeten. De brandweer heeft, op advies van de adviseur gevaarlijke stoffen, geconcludeerd dat eventuele schadelijke stoffen voldoende verwaaiden en geen gevaar opleverden. Uit informatie van de ondernemer en gemeente bleek bovendien dat er geen asbest in de schuur was verwerkt.

De "Wet dieren" is het integraal wettelijk kader voor de regels met betrekking tot het gedrag van mensen jegens dieren en de regels ter beheersing van de risico's die dieren of van dieren afkomstige producten mee kunnen brengen voor de mens en voor andere dieren. Zowel gemeenten als provincies zijn niet belast met toezicht op naleving daarvan. Ingevolge het "Besluit aanwijzing toezichthouders Wet dieren" is onder anderen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) aangewezen als toezichthouder.

Vraag 7: Welke mogelijkheden heeft de provincie om stalbranden te voorkomen.

De provincie is op dit moment in een drietal gevallen bevoegd gezag op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor bedrijven waar dieren in stallen worden. Bij het verlenen van vergunningen en de uitoefening van toezicht en handhaving worden daarbij de wettelijke kaders die daarbij voor handen zijn toegepast.

Help mee aan een betere wereld

    Doe mee Doneer