Statenvragen ontheffing vangen en doden zwarte kraaien en kauwen

Schriftelijke vragen ex. artikel 23 Reglement van Orde Provinciale Staten van Flevoland over de verleende ontheffing voor het vangen en doden van zwarte kraaien en kauwen met behulp van een vangkooi van 21 juli 2017.

Geachte Voorzitter van Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over de verleende ontheffing voor het vangen en doden van zwarte kraaien en kauwen met behulp van een vangkooi van 21 juli 2017:

  1. Ondanks dat de ontheffing voor het vangen en doden van zwarte kraaien en kauwen met behulp van vangkooien is aangevraagd tot 1 oktober heeft GS besloten de ontheffing te verlenen tot 31 oktober. Waarom heeft u besloten de ontheffing voor een langere periode te verlenen dan werd gevraagd? Kunt u uitleggen hoe u met deze keuze de natuur heeft beschermd?
  2. Bent u bekend met de Faunaschade Preventie Kit Module Kraaiachtigen [1] van het Faunafonds waarin in de illustratie in paragraaf 3.3 duidelijk is aangegeven dat pas in de zomer sprake is van schade door zwarte kraai een kauw? Hoe heeft u afgewogen dat u, hoewel er dan nog geen sprake is van schade, ontheffing heeft kunnen geven voor vangen en doden in het broedseizoen, waardoor jongen van honger omkomen en eieren niet uitkomen? Hoe kunt u ontheffing verlenen op basis van Art. 3.3 van de Wet natuurbescherming voor vangen en doden tijdens het broedseizoen als er nog geen sprake is van het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen en er in feite sprake is van populatiebeheer waarvoor dit artikel geen mogelijkheid biedt?
  3. Heeft u voor het verlenen van de ontheffing nagevraagd welke alternatieve methoden de aanvrager vorig jaar heeft gebruikt om schade te voorkomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke methoden heeft de aanvrager vorig jaar gebruikt?
  4. In de ontheffingsaanvraag worden schadebedragen genoemd, maar deze zijn niet onderbouwd. Wat zijn de objectieve en onderbouwde schadecijfers die volgens de wet vereist zijn bij het verlenen van deze ontheffing?
  5. Bent u het met ons eens dat het oneerbaar is om dieren, waarvan de intrinsieke waarde is erkend door de wet, eerst te vangen, dan met de hand de nek te breken en vervolgens dood op te hangen te afschrikking van andere vogels?
  6. Met de ontheffing geeft u toestemming voor het breken van de nekken (cervicale dislocatie) als dodingsmethode bij de gevangen zwarte kraaien en kauwen. De Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek (OFGV) schrijft u in een handhavingstoets, dat het gebruik van slag-, snij- of steekwapens niet het middel is om de dieren te doden, omdat hun toezichthouders van mening zijn dat de gevangen kraaien en kauwen niet in nood verkeren. Maar geldt voor het breken van de nekken eigenlijk niet hetzelfde volgens Art. 3.9, lid 9 van het Besluit natuurbescherming, waarin staat dat de aanwijzing van cervicale dislocatie, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel f, alleen geldt voor het doden van in nood verkerende, gewonde vogels (van een omvang kleiner dan of gelijk aan eenden), door personen die aantoonbaar de nodige kennis en vaardigheden bezitten om deze taak humaan en doeltreffend uit te voeren, en ingeval er redelijkerwijs geen alternatief middel voorhanden is met minder mogelijke nadelige gevolgen voor het welzijn van het desbetreffende dier?
  7. De ontheffing stelt als voorwaarde dat “het gebruik van de ontheffing is voorbehouden aan de ontheffinghouder op het perceel N43 (domeinkaart), of de door hem gemachtigde personen”, waarmee in feite de ontheffinghouder kiest wie de nekken van de vogels breekt en dit dus niet gegarandeerd wordt gedaan door personen die de door de wet vereiste kundigheid in huis hebben. Bent u het met ons eens dat dit ook niet overeenkomt met Art. 3.9, lid 9 van het Besluit natuurbescherming?
  8. Heeft u kennis genomen van de brief van de staatssecretaris van 7 juni 2016 met kenmerk DGAN-NB / 16084285 [2] waarin hij op blz. 14 in antwoord op vragen van leden van de SP fractie aangeeft dat volgens de zienswijze van de Raad voor Dierenaangelegenheden het breken van de nek van een vogel, net als ten aanzien van het gebruik van slag-, snij- of steekwapens, slechts in een beperkt aantal gevallen uit het oogpunt van dierenwelzijn acceptabel is? Voor deze aanwijzing geldt daarom de beperking dat het moet gaan om noodsituaties waarin een gewonde vogel uit zijn lijden moet worden verlost, er redelijkerwijs geen geschikt alternatief voorhanden is, en degene die de methode toepast aantoonbaar beschikt over de benodigde vaardigheden. Hetzelfde is ook vermeld in de Nota van Toelichting op het Besluit. Kunt u verklaren waarom u toestemming geeft voor een dodingsmethode die in strijd is met wet en regelgeving?
  9. Hoeveel dieren zijn er op dit moment gedood met deze ontheffing? Zijn dit alleen zwarte kraaien en kauwen of ook overige diersoorten? Kunt u de diersoorten specificeren? Hoeveel lokvogels zijn er ingezet met deze ontheffing?
  10. Mogen wij u vragen om deze vragen met voorrang te behandelen, omdat deze ontheffing niet verleend had mogen worden en er op dit moment al vogels gedood kunnen en zullen worden? Wilt u zorg dragen dat het gebruik van deze onterechte ontheffing met spoed wordt beëindigd?

 

Bij voorbaat dank voor de beantwoording.

Namens de Flevolandse fractie van de Partij voor de Dieren,

Leonie Vestering, lid Provinciale Staten.

 

[1] https://www.bij12.nl/assets/Faunaschade-Preventie-Kit-Kraaiachtigen-3.2-20161220.pdf

[2https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2016/06/07/antwoorden-op-vragen-schriftelijk-overleg-voorhang-uitvoeringsregelgeving-wet-natuurbescherming/antwoorden-op-vragen-schriftelijk-overleg-voorhang-uitvoeringsregelgeving-wet-natuurbescherming.pdf