Schrif­te­lijke vragen over de bouw­ste­nen­no­titie beleids­kader beheer Oost­vaar­ders­plas­sen­gebied


Geachte Voorzitter van Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over de bouwstenennotitie beleidskader beheer Oostvaardersplassengebied:

1. In de notitie lezen wij meermalen het begrip ‘stakeholders’. Wie zijn volgens het college de stakeholders van de Oostvaardersplassen?

2. De Partij voor de Dieren vindt het opmerkelijk dat in de notitie niet wordt genoemd dat de totale aantallen grote grazers in de Oostvaardersplassen al stabiel zijn sinds 2010, het jaar dat het ICMO-2 advies is uitgebracht. Waarom moet er op dit moment een 'herijking' van het beleid ten aanzien van de grote grazers (draagkracht, welzijn, etc.) plaatsvinden? En als er dan een herijking moet plaatsvinden, waarom gebeurt dat dan niet weer door een internationale commissie van deskundigen, zoals ICMO-2?

3. Op pagina 5 staat dat ‘het beheer de natura 2000 doelstellingen positief moet ondersteunen en in elk geval niet hinderen/teniet doen’. Op pagina 7 staat dat ‘het beheerplan Natura 2000 het kader is voor het beheer van het gebied. Het heeft in princiep een looptijd van zes tot twaalf jaar. Van het kader voor beheer kan niet worden afgeweken zolang het beheerplan van kracht is.’ Betekent dit nu dat de commissie gaat evalueren of het nu lopende Natura 2000 beheerplan de juiste ecologische effecten heeft, en daarmee nu voldoet in het bereiken van zijn doelstellingen ten aanzien van instandhouding van bedreigde vogelsoorten? Is er wel een juridisch kader voor een dergelijke evaluatie? Heeft de commissie wel de expertise om dat te doen? Waarom gebeurt dit buiten de reguliere evaluatiesystematiek van het Natura 2000 beheerplan?

4. Op pagina 10 staat dat ‘een deel van het Kotterbos voor de grote grazers toegankelijk is, het noordelijk deel niet in de wintermaanden. Een ander deel van het Kotterbos en het Oostvaarderbos zijn alleen toegankelijk voor Edelherten, in de winter.’ Dat kan niet juist zijn. Conform het ICMO2 rapport en de overeenkomst met de staatssecretaris (overzichtskaart) moet het Kotterbos volledig geopend zijn voor alle grote grazers. Graag een reactie.

Bij voorbaat dank voor de beantwoording.

Namens de Flevolandse fractie van de Partij voor de Dieren,

Leonie Vestering,

Antwoorddatum: 15 nov. 2017

Schriftelijke statenvragen van de statenfractie van de Partij voor de Dieren over de bouwstenennotitie Beleidskader beheer Oostvaardersplassengebied, ingediend op 19 oktober 2017, en de antwoorden daarop van het college van Gedeputeerde Staten zoals vastgesteld op 14 november 2017 (21422858).

Vraag 1) In de notitie lezen wij meermalen het begrip 'stakeholders'. Wie zijn volgens het college de stakeholders van de Oostvaardersplassen?

Het college beschouwt alle partijen die betrokkenheid tonen bij de Oostvaardersplassen als stakeholder. De externe begeleidingscommissie bepaalt met welke partijen zij het gesprek aan gaat als onderdeel van haar opdracht.

Vraag 2) De Partij voor de Dieren vindt het opmerkelijk dat in de notitie niet wordt genoemd dat de totale aantallen grote grazers in de Oostvaardersplassen al stabiel zijn sinds 2010, het jaar dat het ICMO-2 advies is uitgebracht. Waarom moet er op dit moment een 'herijking' van het beleid ten aanzien van de grote grazers (draagkracht, welzijn, etc.) plaatsvinden? En als er dan een herijking moet plaatsvinden, waarom gebeurt dat dan niet weer door een internationale commissie van deskundigen, zoals lCMO-2?

Momenteel wordt op verzoek van een meerderheid van Provinciale Staten door het college gewerkt aan een nieuw beleidskader voor het beheer van de Oostvaardersplassen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een externe begeleidingscommissie, waarvan de samenstelling is toegesneden op haar taak, die met name procesmatig is.

Vraag 3) Op pagina 5 staat dat 'het beheer de natura 2000 doelstellingen positief moet ondersteunen en in elk geval niet hinderen/teniet doen'. Op pagina 7 staat dat 'het beheerplan Natura 2000 het kader is voor het beheer van het gebied. Het heeft in princiep een looptijd van zes tot twaalf jaar. Van het kader voor beheer kan niet worden afgeweken zolang het beheerplan van kracht is.' Betekent dit nu dat de commissie gaat evalueren of het nu lopende Natura 2000 beheerplan de juiste ecologische effecten heeft, en daarmee nu voldoet in het bereiken van zijn doelstellingen ten aanzien van instandhouding van bedreigde vogelsoorten? Is er wel een juridisch kader voor een dergelijke evaluatie? Heeft de commissie wel de expertise om dat te doen? Waarom gebeurt dit buiten de reguliere evaluatiesystematiek van het Natura 2000 beheerplan?

De commissie voert geen evaluatie van de ecologische effecten van het Natura2000 beheerplan uit.

4) Op pagina 10 staat dat 'een deel van het Kotterbos voor de grote grazers toegankelijk is, het noordelijk deel niet in de wintermaanden. Een ander deel van het Kotterbos en het Oostvaarderbos zijn alleen toegankelijk voor Edelherten, in de winter.' Dat kan niet juist zijn. Conform het ICM02 rapport en de overeenkomst met de staatssecretaris (overzichtskaart) moet het Kotterbos volledig geopend zijn voor alle grote grazers. Graag een reactie.

Het ICMOII-advies gaat uit van drie periodes; korte, middellange en lange termijn. Het ICMOII-advies is vertaald in het Managementplan. Daarin is voor de korte termijn opgenomen dat het Kotterbos voor een deel wordt opengesteld voor alle grazers. Voor de middellange termijn is een groter deel van het Kotterbos voor edelherten toegankelijk gemaakt. Het lange termijn perspectief is vervallen (Oostvaarderswold).