Mest­in­jecties gaan biodi­ver­siteit in de berm tegen


Indiendatum: 29 mrt. 2021

Geachte voorzitter van de Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de

Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over de

gevolgen van het injecteren van mest door agrariërs in wegbermen.

Uit een bericht van het Landschapsbeheer Flevoland op social media blijkt dat boeren bermen (en wellicht oevers) pachten van wegbeheerders en vervolgens deze bermen gebruiken als ware het een weiland, door deze te injecteren met mest. De bermen staan vol met eiwitrijk gras, wat door de boeren gemaaid wordt. In ruil hiervoor krijgen zij het gebruik van de berm.

Wegbermen spelen een belangrijke rol in de verhoging en stimulering van de biodiversiteit in de provincie. Ecologisch beheer bestaat onder andere uit verschraling, zodat andere gras- en bloemsoorten een kans krijgen. Insectvriendelijke wegbermen vormen onder andere onderdeel van het middel en hoge ambitieniveau van het Actieplan Biodiversiteit. Volgens het Visie- en Beleidsdocument voor het Biodiversiteitsplan van de provincie valt het bermbeheer onder de provinciale taken (pagina 24).

De Partij voor de Dieren wil graag weten:

  1. Is GS bekend met deze situatie? Zo nee, waarom niet?
  2. Weet u in hoeveel wegbermen en oevers deze situatie zich voordoet?
  3. Wie zijn de wegbeheerders in kwestie?
  4. Waarom worden deze bermen en oevers door de agrarisch ondernemers ingespoten met mest?
  5. Deelt u onze mening dat het inspuiten van bermen en oevers met mest haaks lijkt te staan op onze ambities voor meer ecologisch berm- en oever-beheer, waarbij juist verschraling het middel is tot meer biodiversiteit? Zo nee, waarom niet?
  6. Deelt u onze zorgen over deze vorm van gebruik van de wegbermen en oevers en de gevolgen daarvan voor de lokale biodiversiteit? Zo nee, waarom niet?
  7. Deelt u onze zorgen, indien dit ook bij oevers gebeurt, over de mogelijke negatieve effecten op het (opervlakte)water? Zo nee, waarom niet?
  8. Hoe verhoudt deze situatie zich tot het Actieplan Biodiversiteit? Wat gaat er met deze wegbermen en oevers gebeuren als er respectievelijk voor een hoog, middel of een laag ambitieniveau wordt gekozen?
  9. Kan met de weg- en oeverbeheerder hierover om de tafel gezeten worden om dit tegen te gaan?
  10. Welke andere opties zijn er nog om deze wegbermen en oevers niet als ‘verlengde’ van bestaande weilanden te laten gebruiken?
  11. Kan GS met een actieplan terugkomen naar PS? Zo nee, waarom niet?

    Graag beantwoording op de kortst mogelijke termijn.