Subsidie voor plant­aardige zuivel­al­ter­na­tieven bij de POP3-regeling


Indiendatum: jun. 2020

Geachte voorzitter van de Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over de POP-3 subsidie die niet beschikbaar is voor producenten van plantaardige zuivelalternatieven.

  1. In haar beantwoording van Kamervragen[1] over dit onderwerp gaf de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan dat wie in aanmerking komt voor POP3-subsidies afhankelijk is van de specifieke bepalingen in een provincie. Klopt het dat de huidige subsidieregeling POP-3 producenten van plantaardige alternatieven voor zuivel onder artikel 1.13.1.g[2] in Flevoland expliciet uitsluit van de mogelijkheid aanspraak te maken op subsidie in POP3? Zo nee, onder welke bepalingen kunnen zij dit dan wel doen?
  2. Kunt u het richtsnoer van de Europese Unie waaruit dit specifieke artikel is overgenomen met PS delen?
  3. Hoeveel aanvragen van producenten van plantaardige alternatieven voor zuivel zijn er in de afgelopen periode van POP3 geweest? En hoeveel zijn er gehonoreerd?
  4. Is Gedeputeerde Staten het met de Partij voor de Dieren eens dat, wanneer het uitgangspunt van deze subsidieregeling verduurzaming van de landbouw en voedselproductie is, het niet effectief is om producenten van een duurzaam alternatief voor de belastende melkveehouderij subsidie te ontzeggen? Zo nee, waarom niet?
  5. Erkent u dat op deze manier artikel 1.13.1.g een rem vormt op o.a. verduurzaming, innovatiekracht en ondernemerschap van landbouw in de provincie? Zo nee, hoe rechtvaardigt u dan dat deze regeling landbouwers uitsluit die juist bijdragen aan de verduurzaming van de landbouw?
  6. Is Gedeputeerde Staten het met de Partij voor de Dieren eens dat het belangrijk is ontwikkelingen in plantaardige melk- en zuivelvervangers te stimuleren, of in elk geval niet te belemmeren, omwille van de verduurzaming van de sector? Zo nee, waarom niet?
  7. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat artikel 1.13.1.g niet meer past in een tijd waarin de noodzaak van meer plantaardig consumeren als een paal boven water staat, ook voor Provinciale Staten, en waarin de vraag naar plantaardige eiwitten groeit? Zo nee, waarom niet?
  8. Klopt het dat deze regeling afloopt, en de provincie nu via IPO en het rijk in gesprek is over een nieuwe regeling?
  9. Het vorige verduurzamingsbeleid van de Europese Commissie is jammerlijk mislukt[3], omdat er onder lidstaten niet voldoende motivatie was om het beleid kracht bij te zetten. In plaats daarvan hielden lidstaten boeren die niet wilden verduurzamen de hand boven het hoofd, zijn regels versoepeld en is er weinig van de ambities terecht gekomen. Is Gedeputeerde Staten het met de Partij voor de Dieren eens dat het hoog tijd is de duurzame ambities waar te maken en een ambitieuzer duurzaamheidsbeleid voor de landbouw als provincie zoveel mogelijk te steunen en te faciliteren?
  10. Is Gedeputeerde Staten het met de Partij voor de Dieren eens dat het belangrijk is in de nieuwe regeling wél plantaardige melk- en zuivelvervangers expliciet wel op te nemen in de subsidieregeling, en dierlijke melk niet? Zo nee, waarom niet?
  11. Is Gedeputeerde Staten bereid om zich tijdens de besprekingen en onderhandelingen over de opvolger van POP3, evenals in de besprekingen voor het Nationaal Strategisch Plan, hard te maken voor een ambitieuzer duurzaamheidsbeleid voor de landbouw? Zo nee, waarom niet?
  12. Is Gedeputeerde Staten bereid om zich tijdens de besprekingen en onderhandelingen over de opvolger van POP3, evenals in de besprekingen voor het Nationaal Strategisch Plan, hard te maken voor een inclusieve regeling voor boeren die plantaardige producten verbouwen welke de verduurzaming van de sector ten goede komen? Zo nee, waarom niet?
  13. Kunt u deze vragen één voor één volledig beantwoorden, zonder te verwijzen naar eerdere antwoorden?

Bij voorbaat dank voor de beantwoording,

Jesse Luijendijk, Partij voor de Dieren Flevoland

[1] https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/05/26/beantwoording-kamervragen-over-uitsluiten-plantaardige-zuivel-van-landbouwsubsidies/beantwoording-kamervragen-inzake-het-uitsluiten-van-plantaardige-zuivel-van-europese-landbouwsubsidies.pdf

[2] http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Flevoland/CVDR389957/CVDR389957_6.html

[3] https://www.volkskrant.nl/kijkverder/v/2020/hoe-de-groene-landbouwambities-van-de-eu-verwaterden~v91159/

Indiendatum: jun. 2020
Antwoorddatum: 23 jun. 2020

1. In haar beantwoording van Kamervragen[1] over dit onderwerp gaf de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan dat wie in aanmerking komt voor POP3-subsidies afhankelijk is van de specifieke bepalingen in een provincie. Klopt het dat de huidige subsidieregeling POP-3 producenten van plantaardige alternatieven voor zuivel onder artikel 1.13.1.g[2] in Flevoland expliciet uitsluit van de mogelijkheid aanspraak te maken op subsidie in POP3? Zo nee, onder welke bepalingen kunnen zij dit dan wel doen?

Ja, dat klopt. Indien kosten voor vervaardiging van producten die melk of zuivel
producten imiteren of vervangen als subsidiabele kosten dan zijn deze subsidiabel. Als men aan de
regelgeving voldoet dan zijn er geen belemmeringen.

2. Kunt u het richtsnoer van de Europese Unie waaruit dit specifieke artikel is overgenomen met PS delen?

Het artikel komt voor uit het zogenoemde randnummer 43 van de ‘Communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector 2007-2013 (PB EU 2006//C 319/01)\ Volgens de terminologie van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is het niet mogelijk om melk en zuivel te maken van planten. De term ‘zuivel’ is namelijk in het EU-recht voorbehouden aan producten die zijn gemaakt van melk. En ‘melk’ is in het GLB per definitie afkomstig van dieren (zie bijlage VII, deel III, punten 1 en 2, bij verordening nr. 1308/2013^).

3. Hoeveel aanvragen van producenten van plantaardige alternatieven voor zuivel zijn er in de afgelopen periode van POP3 geweest? En hoeveel zijn er gehonoreerd?

Er zijn geen aanvragen geweest van producenten van plantaardige alternatieven voor
zuivel in de provincie Flevoland. Er zijn dan ook geen aanvragen gehonoreerd.

4. Is Gedeputeerde Staten het met de Partij voor de Dieren eens dat, wanneer het uitgangspunt van deze subsidieregeling verduurzaming van de landbouw en voedselproductie is, het niet effectief is om producenten van een duurzaam alternatief voor de belastende melkveehouderij subsidie te ontzeggen? Zo nee, waarom niet?

Nee, agrariërs die landbouwproducten zoals soja produceren of verwerken worden niet uitgesloten van POP3-subsidie. Verduurzaming van de landbouw en voedselproductie wordt hiermee niet belemmerd.

5. Erkent u dat op deze manier artikel 1.13.1.g een rem vormt op o.a. verduurzaming, innovatiekracht en ondernemerschap van landbouw in de provincie? Zo nee, hoe rechtvaardigt u dan dat deze regeling landbouwers uitsluit die juist bijdragen aan de verduurzaming van de landbouw?

Provincies zijn verplicht de Europese regelgeving waaruit artikel 1.13 lid 1g voortkomt, te volgen. Indien nieuwe Europese regelgeving hiertoe aanleiding geeft, kunnen wij samen met de andere provincies de bepaling in de landelijke modelregeling heroverwegen.

6. Is Gedeputeerde Staten het met de Partij voor de Dieren eens dat het belangrijk is ontwikkelingen in plantaardige melk- en zuivelvervangers te stimuleren, of in elk geval niet te belemmeren, omwille van de verduurzaming van de sector? Zo nee, waarom niet?

Ja, de eiwittransitie vinden wij een belangrijke smaak binnen de Flevolandse voedselketen die wij ondersteunen met proeftuinenaanpak van LMS. Dit jaar experimenteren Flevolandse ondernemers met de teelt en afzet van verse soja en veldbonen. Op 19 augustus wordt u in de commissie Ruimte, Natuur en Duurzaamheid geïnformeerd over Landbouw Meerdere Smaken, inclusief onze inzet op plantaardige eiwitten.

7. Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat artikel 1.13.1.g niet meer past in een tijd waarin de noodzaak van meer plantaardig consumeren als een paal boven water staat, ook voor Provinciale Staten, en waarin de vraag naar plantaardige eiwitten groeit? Zo nee, waarom niet?

Ja, provincies zijn echter verplicht de Europese regelgeving te volgen. Indien nieuwe
Europese regelgeving hiertoe aanleiding geeft, kunnen wij samen met de andere provincies de
bepaling in de landelijke modelregeling heroverwegen.

8. Klopt het dat deze regeling afloopt, en de provincie nu via IPO en het rijk in gesprek is over een nieuwe regeling?

Ja, dat is correct.

9. Het vorige verduurzamingsbeleid van de Europese Commissie is jammerlijk mislukt[3], omdat er onder lidstaten niet voldoende motivatie was om het beleid kracht bij te zetten. In plaats daarvan hielden lidstaten boeren die niet wilden verduurzamen de hand boven het hoofd, zijn regels versoepeld en is er weinig van de ambities terecht gekomen. Is Gedeputeerde Staten het met de Partij voor de Dieren eens dat het hoog tijd is de duurzame ambities waar te maken en een ambitieuzer duurzaamheidsbeleid voor de landbouw als provincie zoveel mogelijk te steunen en te faciliteren?

Wij nemen kennis van het standpunt van de Partij voor de Dieren. De provincie Flevoland werkt aan verduurzaming van de landbouw en kringlooplandbouw conform de ambitie van LNV (Duurzaam Verbonden).

10. Is Gedeputeerde Staten het met de Partij voor de Dieren eens dat het belangrijk is in de nieuwe regeling wél plantaardige melk- en zuivelvervangers expliciet wel op te nemen in de subsidieregeling, en dierlijke melk niet? Zo nee, waarom niet?

Nee, zoals eerder aangegeven worden producten van plantaardige alternatieven niet uitgesloten van het aanvragen van POP3 subsidies. Er is dan ook geen reden om plantaardige melken zuivelvervangers expliciet op te nemen in de subsidieregeling.

Voor verduurzaming van de landbouw is het ook van belang om bestaande bedrijven de mogelijkheden te geven te verduurzamen. Omdat de melkveehouderij in Nederland iets meer dan de helft van de landbouwgrond in gebruik heeft (incl. gemengde bedrijven) is het van belang om dierlijke melk niet uit te sluiten. Er wordt alleen inkomenssteun gegeven aan actieve landbouwers die aan een aantal vergroeningseisen moeten voldoen.

11. Is Gedeputeerde Staten bereid om zich tijdens de besprekingen en onderhandelingen over de opvolger van POP3, evenals in de besprekingen voor het Nationaal Strategisch Plan, hard te maken voor een ambitieuzer duurzaamheidsbeleid voor de landbouw? Zo nee, waarom niet?

Ja, wij zullen dit meenemen in onze overleggen met andere provincies over de invulling van het Nationaal Strategisch Plan van het GLB.

12. Is Gedeputeerde Staten bereid om zich tijdens de besprekingen en onderhandelingen over de opvolger van POP3, evenals in de besprekingen voor het Nationaal Strategisch Plan, hard te maken voor een inclusieve regeling voor boeren die plantaardige producten verbouwen welke de verduurzaming van de sector ten goede komen? Zo nee, waarom niet?

Ja, net als in de bestaande regeling willen wij het verbouwen van plantaardige producten als onderdeel van de regeling behouden.

13. Kunt u deze vragen één voor één volledig beantwoorden, zonder te verwijzen naar eerdere antwoorden?

Wij nemen kennis van uw verzoek en verwijzen u naar de antwoorden op de bovenstaande vragen.