Staten­vragen over uitbreiding inten­sieve veehou­derij Noord­oost­polder


Indiendatum: jan. 2016

Schriftelijke vragen ex. artikel 23 Reglement van Orde Provinciale Staten van Flevoland over het door de gemeenteraad van Noordoostpolder op 25 januari 2016 genomen besluit om het bedrijfsvloeroppervlak van bestaande intensieve veehouderijen uit te breiden van 2500m2 naar 7000m2.

Geachte Voorzitter van Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stelt de fractie van de Partij voor de Dieren de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over het door de gemeenteraad van Noordoostpolder op 25 januari 2016 genomen besluit om het bedrijfsvloeroppervlak van bestaande intensieve veehouderijen uit te breiden van 2500 m2 naar 7000 m2:

1. Heeft u kennis genomen van het raadsbesluit in de gemeente Noordoostpolder om het bedrijfsvloeroppervlak van bestaande intensieve veehouderijen uit te breiden van 2500 m2 naar 7000 m2?

2. Bent u het met ons eens dat deze uitbreiding niet is toegestaan volgens het Omgevingsplan, omdat niet is voldaan aan de dubbele toetsing op huisvestingseisen voor dieren en bedrijfseconomisch rendabel ondernemen? Zo ja, wat gaat u daaraan doen? Zo neen, waarom niet?

3. Een aantal partijen in de gemeenteraad (SP, ONS, GL, D66) hadden dit besluit liever willen uitstellen om eerst een thematische discussie te voeren over de toekomst van intensieve veehouderij in Noordoostpolder. Bent u het met ons eens dat ze deze tijd kunnen krijgen, omdat u in ieder geval niet mag instemmen met het genomen besluit zolang het huidige Omgevingsplan van kracht is?

4. In het aangenomen raadsvoorstel staat dat de gemeente bij aanvragen voor uitbreidingen niet gaat toetsen op dierenwelzijn, maar alleen als voorwaarde stelt dat een contract met een MDV certificeringsinstelling is afgesloten. Bent u het met ons eens dat daarmee niet voldaan wordt aan het vereiste in het Omgevingsplan dat vergroting van het bouwperceel nodig moet zijn om te kunnen voldoen aan huisvestingseisen ingevolge nationale wet- en regelgeving? Zo neen, waarom niet?

5. Wat is uw mening over de door de gemeenteraad aangenomen voorwaarde dat pas 2 jaar na oplevering de definitieve certificering moet worden aangeleverd? Bent u het met ons eens dat het dan mogelijk is dat er gedurende 2 jaar niet wordt voldaan aan de MDV. Acht u dat wenselijk?

6. Bent u het met ons eens dat het verstandig zou zijn om, vooruitlopend op nieuwe wetgeving , bij uitbreiding van intensieve veehouderijen ook te toetsen op risico’s voor volksgezondheid? Zo neen, waarom niet?

7. Bent u het met ons eens dat Flevoland bij uitstek een akkerbouwprovincie is? Bent u het met ons eens dat uitbreiding van grote intensieve veehouderijbedrijven een bedreiging vormt voor de oorspronkelijke gezinsbedrijven in Flevoland en dat dit geen gewenste ontwikkeling is?

8. Bent u het met ons eens dat de MDV geen voorwaarden stelt aan uitstoot van de broeikasgassen methaan en lachgas en dat uitbreiding van intensieve veehouderij daarmee op gespannen voet staat met het recente klimaatakkoord?

9. Bent u ermee op de hoogte dat in Bijlage VI van de door Witteveen en Bos opgestelde plan-Mer voor de Structuurvisie 2025 van Noordoostpolder wordt geconstateerd dat er in de gemeente Noordoostpolder 31% meer varkens zijn geteld dan vergund? Wat heeft u gedaan met deze informatie of wat gaat u ermee doen? Is het mogelijk dat in de bedrijven waarvoor de Provincie vergunningverlener is meer varkens verblijven dan vergund? Heeft u bij de gemeente Noordoostpolder nagevraagd of zij voor de door de gemeente vergunde bedrijven nagegaan zijn of daar verschil is tussen het vergunde en het aanwezige aantal varkens of gaat u dat nog doen? Bent u het met ons eens dat deze constatering voor de overheid niet zonder gevolgen kan blijven? Zo neen, waarom niet?

10. Hoe wordt gecontroleerd of de aantallen varkens in grote varkensbedrijven in Noordoostpolder de vergunde aantallen niet overtreffen? Wanneer zijn voor het laatst controles uitgevoerd in de door u vergunde bedrijven en wat was toen de bezetting in verhouding tot de vergunde aantallen?

11. Een aantal jaren geleden heeft GS, na procedures bij de RvS verloren te hebben, een vergunning moeten verlenen voor uitbreiding van het bedrijf Zuiderzee BV in Creil naar 11520 mestvarkens zonder dat er ooit een MER was opgesteld voor dat bedrijf. Wat is het aantal mestvarkens wat daar nu gehouden wordt? Bent u bekend met de stank in de verre omgeving van dit bedrijf, ook in de daar met Europees geld aangelegde natuurgebieden? Wanneer heeft u of OFGV voor het laatst de geuremissies en andere emissies van dat bedrijf gecontroleerd? Waren die in overeenstemming met de verleende vergunning? Zo neen, is er handhavend opgetreden?

Bij voorbaat dank voor de beantwoording.

Namens de Flevolandse fractie van de Partij voor de Dieren,

Adri van der Avoird, lid Provinciale Staten a.i.

Indiendatum: jan. 2016
Antwoorddatum: 1 mrt. 2016

Schriftelijke statenvragen van de statenfractie van de Partij voor de Dieren over een besluit van de gemeenteraad van de gemeente Noordoostpolder over de uitbreiding van de bedrijfsvloeroppervlakte voor Intensieve veehouderij. Ingediend op 27 januari 2016, en de antwoorden daarop van het college van Gedeputeerde Staten zoals vastgesteld op 1 maart 2016 (1874247).

1. Heeft u kennis genomen van het raadsbesluit in de gemeente Noordoostpolder om het bedrijfsvloeroppervlak van bestaande intensieve veehouderijen uit te breiden van 2500 m2 naar 7000 m2?

Antwoord: Ja.

2. Bent u het met ons eens dat deze uitbreiding niet is toegestaan volgens het Omgevingsplan, omdat niet is voldaan aan de dubbele toetsing op huisvestingseisen voor dieren en bedrijfseconomisch rendabel ondernemen? Zo ja, wat gaat u daaraan doen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord: Ja. Er is tussen provincie en gemeente Noordoostpolder bestuurlijk en ambtelijk over het besluit van de gemeenteraad gesproken, waarbij de gemeente het voorstel heeft toegelicht. Het Omgevingsplan laat uitbreiding van intensieve veehouderij op het bestaande bouwperceel toe. Uitbreiding van het bouwperceel is alleen toegestaan als voldaan wordt aan de dubbele motivering van voldoen aan de normen voor dierenwelzijn en bedrijfseconomisch rendabel ondernemen. Daarnaast geldt de regelgeving vanwege PAS.

3. Een aantal partijen in de gemeenteraad (SP, ONS, GL, D66) hadden dit besluit liever willen uitstellen om eerst een thematische discussie te voeren over de toekomst van intensieve veehouderij in Noordoostpolder. Bent u het met ons eens dat ze deze tijd kunnen krijgen, omdat u in ieder geval niet mag instemmen met het genomen besluit zolang het huidige Omgevingsplan van kracht is?

Antwoord: Dit is aan de gemeente. Zodra het beleidsvoornemen wordt omgezet in een (partiële herziening van het) bestemmingsplan of een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan, wordt deze door de provincie getoetst aan het provinciale beleid.

4. In het aangenomen raadsvoorstel staat dat de gemeente bij aanvragen voor uitbreidingen niet gaat toetsen op dierenwelzijn, maar alleen als voorwaarde stelt dat een contract met een MDV certificeringsinstelling is afgesloten. Bent u het met ons eens dat daarmee niet voldaan wordt aan het vereiste in het Omgevingsplan dat vergroting van het bouwperceel nodig moet zijn om te kunnen voldoen aan huisvestingseisen ingevolge nationale wet- en regelgeving? Zo neen, waarom niet?

Antwoord: In het Omgevingsplan staan de eisen vermeld waaraan moet zijn voldaan ingeval van grotere bedrijfsgebouwen dan wel vergroting van het agrarisch bouwperceel. Elk voorstel van de gemeente zal hieraan getoetst worden. Overigens, de MDV valt buiten de scope van het Omgevingsplan 2006.

5. Wat is uw mening over de door de gemeenteraad aangenomen voorwaarde dat pas 2 jaar na oplevering de definitieve certificering moet worden aangeleverd? Bent u het met ons eens dat het dan mogelijk is dat er gedurende 2 jaar niet wordt voldaan aan de MDV. Acht u dat wenselijk?

Antwoord: zie beantwoording vraag 4.

6. Bent u het met ons eens dat het verstandig zou zijn om, vooruitlopend op nieuwe wetgeving, bij uitbreiding van intensieve veehouderijen ook te toetsen op risico's voor volksgezondheid? Zo neen, waarom niet?

Antwoord: zie beantwoording vraag 4.

7. Bent u het met ons eens dat Flevoland bij uitstek een akkerbouwprovincie is? Bent u het met ons eens dat uitbreiding van grote intensieve veehouderijbedrijven een bedreiging vormt voor de oorspronkelijke gezinsbedrijven in Flevoland en dat dit geen gewenste ontwikkeling is?

Antwoord: In het landelijk gebied zijn er meerdere vormen van agrarische bedrijvigheid mogelijk. Het Omgevingsplan 2006 biedt de mogelijkheid voor de uitbreiding van agrarische bedrijven (variërend van akkerbouw tot (intensieve) veehouderijbedrijven). Inmiddels is ook bij akkerbouwbedrijven de trend van een neventak zichtbaar, waaronder ook (intensieve) veehouderij voorkomt.

8. Bent u het met ons eens dat de MDV geen voorwaarden stelt aan uitstoot van de broeikasgassen methaan en lachgas en dat uitbreiding van intensieve veehouderij daarmee op gespannen voet staat met het recente klimaatakkoord?

Antwoord: De MDV valt buiten de scope van het Omgevingsplan 2006. Daarom wordt er niet aan getoetst. Voor het overige dienen bedrijven te voldoen aan de wettelijke eisen ten aanzien van milieuaspecten, die in de milieuvergunning worden gesteld. Zie verder beantwoording vraag 4.

9. Bent u ermee op de hoogte dat in Bijlage VI van de door Witteveen en Bos opgestelde plan-Mer voor de Structuurvisie 2025 van Noordoostpolder wordt geconstateerd dat er in de gemeente Noordoostpolder 31% meer varkens zijn geteld dan vergund? Wat heeft u gedaan met deze informatie of wat gaat u ermee doen ?

Antwoord: Ja, we zijn van deze informatie uit het plan-MER op de hoogte. Het verschil in aantal varkens (tussen vergund en verleend) is te verklaren doordat de vergunde dierplaatsen vanuit het provinciale milieuvergunningenbestand niet zijn meegenomen.

Is het mogelijk dat in de bedrijven waarvoor de Provincie vergunningverlener is meer varkens verblijven dan vergund?

Antwoord: Ja, dat is mogelijk. Echter, zie beantwoording vraag 10.

Heeft u bij de gemeente Noordoostpolder nagevraagd of zij voor de door de gemeente vergunde bedrijven nagegaan zijn of daar verschil is tussen het vergunde en het aanwezige aantal varkens of gaat u dat nog doen?

Antwoord: Nee, want handhaving van deze omgevingsvergunning voor milieu is een primaire verantwoordelijkheid voor de gemeente.

Bent u het met ons eens dat deze constatering voor de overheid niet zonder gevolgen kan blijven? Zo neen, waarom niet?

Antwoord: zie hierboven.

10. Hoe wordt gecontroleerd of de aantallen varkens in grote varkensbedrijven in Noordoostpolder de vergunde aantallen niet overtreffen? Wanneer zijn voor het laatst controles uitgevoerd in de door u vergunde bedrijven en wat was toen de bezetting in verhouding tot de vergunde aantallen?

Antwoord: Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor twee bedrijven in Flevoland: Zuiderzee B.V. aan Noordermeerpad 1 te Creil en Sebava aan Zuidermeerpad 4 te Creil. Bij deze bedrijven worden periodiek administratieve controles uitgevoerd, aan de hand waarvan onder meer het aantal aanwezige dieren wordt gecontroleerd. De laatste administratieve controles bij de twee bedrijven zijn uitgevoerd in 2013 en 2014. Bij deze controles zijn geen afwijkingen ten opzichte van de vergunning geconstateerd. In 2016 staat weer een controle voor beide bedrijven gepland.

11. Een aantal jaren geleden heeft GS, na procedures bij de RvS verloren te hebben, een vergunning moeten verlenen voor uitbreiding van het bedrijf Zuiderzee BV in Creil naar 11520 mestvarkens zonder dat er ooit een MER was opgesteld voor dat bedrijf. Wat is het aantal mestvarkens wat daar nu gehouden wordt?

Antwoord: In het bedrijf worden ca. 11.000 varkens gehouden.

Bent u bekend met de stank in de verre omgeving van dit bedrijf, ook in de daar met Europees geld aangelegde natuurgebieden? Wanneer heeft u of OFGV voor het laatst de geuremissies en andere emissies van dat bedrijf gecontroleerd? Waren die in overeenstemming met de verleende vergunning? Zo neen, is er handhavend opgetreden?

Antwoord: Beide bedrijven waarvoor Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn, voldoen aan de in de vergunning gestelde emissie-eisen. Periodiek wordt gecontroleerd of het stalsysteem aan de specifieke emissie-eisen voldoet. In geval van klachten kan er aanleiding zijn een geurmeting uit te voeren of de vergunde emissie-eisen worden overtreden. In de afgelopen jaren is van klachten, voor zover bij de OFGV bekend, geen sprake.

Help mee aan een betere wereld

    Doe mee Doneer