Schorsen of vernie­tigen bestem­mingsplan Trek­kersveld IV Zeewolde


Indiendatum: 22 mrt. 2022

Geachte voorzitter van de Provinciale Staten,

Overeenkomstig artikel 23, lid 1 en 2 van het Reglement van Orde stellen de fracties van de Partij voor de Dieren, Ja21, 50Plus, PVV en SP, de volgende vragen aan het college van Gedeputeerde Staten over het schorsen of vernietigen van het bestemmingsplan Trekkersveld IV Zeewolde.

Wij stellen de volgende vragen aan het college van GS:

1. Is het college het met de indieners eens dat gezien het feit dat PS wel de mogelijkheid had moeten hebben wensen en bedenkingen bij de belangrijke anterieure overeenkomst in te brengen, het wenselijk is als PS alsnog hierover kan spreken? Zo ja, op welke wijze gaat GS hiervoor zorgdragen?

2. Is het college het met de indieners eens dat er met de verkiezingsuitslag van 16 maart j.l. in Zeewolde, waarbij de tegenstanders van de komst van het Meta Datacenter, 15 van de 19 zetels haalde, er een nieuwe politieke en maatschappelijke werkelijkheid is ontstaan?

3. Is het college het met de indieners eens dat, naast de al grote maatschappelijke en politieke weerstand en druk uit alle (bestuurs- en maatschappelijke)lagen van Nederland, het draagvlak nu compleet is weggevallen en er feitelijk niemand meer op de komst van dit datacenter zit te wachten?

4. Is het college het met de indieners eens dat het draagvlak in Zeewolde, toch het deel van de bevolking wat er het meest direct mee te maken heeft, compleet is weggevallen en het van zeer onbehoorlijk bestuur zou getuigen om dit te negeren en het negeren hiervan het vertrouwen in de politiek nog meer schade zou toebrengen?

De indieners zijn van mening, mede gezien het bovenstaande, dat het bestemmingsplan Trekkersveld IV in strijd is met het algemeen belang en verzoeken het college van Gedeputeerde Staten, op grond van artikel 273a van de gemeentewet, het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Trekkersveld IV, voor te dragen bij de Kroon voor vernietiging, of tenminste schorsing, zolang de discussies en procedures, op alle bestuurslagen, nog lopen.

5. Is het college hiertoe bereid, zo nee, waarom niet?

De indieners zijn van mening, mede gezien het bovenstaande, dat het bestemmingsplan Trekkersveld IV in strijd is met het recht en verzoeken de Commissaris van de Koning, op grond van artikel 261 en 266 van de provinciewet, het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Trekkersveld IV, voor te dragen bij de Kroon voor vernietiging, of tenminste schorsing, zolang de discussies en procedures, op alle bestuurslagen, nog lopen.

6. Is de Commissaris van de Koning bereid dit te doen, zo nee waarom niet?

J. Luijendijk, Partij voor de Dieren

G.J. Ransijn, JA21

M. van Rooij, 50Plus

Willem Boutkan, PVV

M. Muller, SP

Indiendatum: 22 mrt. 2022
Antwoorddatum: 29 mrt. 2022


1. Antwoord: De anterieure overeenkomst is door de partijen begin december 2021 getekend en de gemeente heeft hiervan overeenkomstig de wet kennis gegeven. De getekende versie van de overeenkomst is inmiddels aan PS ter kennis gebracht. De stukken hebben vanaf 13 december tot en met 26 januari 2022 vertrouwelijk ter inzage gelegen en hierover kunnen tijdens de besloten vergadering van 6 april 2022 vragen worden gesteld.

Zoals aangegeven in de mededeling van 8 maart 2022 (#2922983) naar aanleiding van het interpellatiedebat op 26 januari 2022, heeft het al dan niet bieden van de gelegenheid om wensen en bedenkingen geen rechtsgevolgen voor de aangegane anterieure overeenkomst.

2. Antwoord: Er is inderdaad een nieuwe politieke werkelijkheid ontstaan.

3. Antwoord: Het vaststellen van een bestemmingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De provincie kan op een bestemmingsplan interveniëren met een reactieve aanwijzing, mits voldaan is aan de wettelijke vereisten voor het geven ervan. In de mededeling van 19 januari 2022 (#2904010) en van 8 maart 2022 (#2922983) is uitgelegd dat GS geen grond hebben om een reactieve aanwijzing te geven. Draagvlak is geen reden om een reactieve aanwijzing te geven. Ook blijkt uit jurisprudentie dat het bestaan van voldoende draagvlak geen vereiste is voor ontwikkelingen met een ruimtelijk plan (ECLI:NL:RVS:2018: 616).

4. Antwoord: Zie vraag 3. De beginselen van behoorlijk bestuur gelden zowel voor het nemen, wijzigen als het intrekken van een besluit. In dit geval is sprake van de situatie dat het besluit ter inzage ligt en er door belanghebbenden beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan worden ingesteld. Daarbij kan tevens door belanghebbenden een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend dat er op neer komt dat wordt verzocht om het besluit te schorsen. In het kader van die procedures toetst de RvS aan de rechtmatigheid.

5. Antwoord: Een besluit kan alleen voor vernietiging worden voorgedragen wanneer het in strijd is met het recht (artikel 237a, derde lid Gemeentewet). Daarbij bepaalt artikel 10:38 tweede lid van de AWb dat een besluit waartegen bezwaar of beroep kan worden ingesteld, niet kan worden vernietigd. Bijgevoegd is de tekst van de Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht waarnaar wordt gewezen. Van belang is dat het vaststellen van een bestemmingsplan een bevoegdheid is van de gemeenteraad op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Dat houdt in dat artikel 273a, derde lid Gemeentewet van toepassing is, omdat het gaat om een bevoegdheid van de raad die op grond van een andere wet dan de Gemeentewet is verleend. Omdat artikel 273a derde lid van toepassing is, kan vernietiging alleen plaatsvinden op grond van "strijd met recht". De gemeente heeft zich bij het vaststellen van het bestemmingsplan gehouden aan de regels die voor vaststelling ervan gelden. Vernietiging wegens strijd met recht dan ook niet aan de orde.

Daarbij wordt opgemerkt dat het bestemmingsplan op dit moment ter inzage ligt en er door een belanghebbende beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS). Een belanghebbende die beroep instelt kan ook een verzoek om voorlopige voorziening indienen waarmee het besluit voorlopig kan worden geschorst. In het kader van beroep toetst de RvS of het besluit rechtmatig is genomen en op een voldoende motivering berust. De RvS toetst terughoudend inzake de belangenafweging, omdat het vaststellen van een bestemmingsplan een discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad is. Zoals eerder in de mededeling van 19 januari 2022 is aangegeven inzake de reactieve aanwijzing is er geen sprake van strijd met provinciale belangen. Daarom ligt het niet in de rede om als provincie tegen het bestemmingsplan beroep in te stellen.

6. Antwoord: Artikel 266 Provinciewet ziet op de situatie dat een besluit van het provinciebestuur voor vernietiging wordt voorgedragen door de CdK. Indien bij dit verzoek wordt gedoeld op het niet geven van een reactieve aanwijzing, wordt het volgende opgemerkt. Zoals eerder is aangegeven inzake de reactieve aanwijzing (mededeling van 19 januari 2022, #2904010) is er geen sprake van strijd met provinciale belangen. Daarom is het geven van een reactieve aanwijzing niet aan de orde. Het niet geven van de reactieve aanwijzing is dus ook niet in strijd met het recht. Daarboven dient, gelet op artikel 266 van de Provinciewet, een dergelijke voordracht binnen 2 dagen door de CdK te worden genomen. Die termijn is reeds verstreken.