Algemene (finan­ciële) beschou­wingen, 28 oktober 2009


28 oktober 2009

Tijdens de algemene beschouwingen in het voorjaar kwam ik aan het eind in tijdnood. Ik wil graag doorgaan bij het onderwerp waar ik toen gebleven was, namelijk de diverse crisissen waardoor de mensheid getroffen is.
…. We moeten ons goed realiseren dat de financiële crisis maar één van de crisissen is die de wereld op dit moment teisteren. En in een aantal opzichten ook niet de ergste. Van een beurscrisis weten we tenminste één ding zeker: het houdt een keer op, er wordt een keer een bodem geraakt en daarna gaat het weer omhoog. Voor de klimaatcrisis en de wereldvoedselcrisis is dat helaas niet het geval. Daar geldt, hoe langer het duurt, hoe erger het wordt. En ook het verschil in daadkracht en actiebereidheid is schrijnend voor wie vergelijkt hoe de internationale gemeenschap is opgetreden toen de beurscrisis begon en hoe lang het duurt voordat wij met elkaar een vuist weten te maken in het kader van de klimaat- en de wereldvoedselcrisis….
De voorgaande tekst hebben wij niet zelf beschreven. Dit zijn woorden die minister Wouter Bos onlangs uitsprak op Prinsjesdag bij de aanbieding van de miljoenennota.
We willen in goed gezelschap blijven. De Volkskrant citeerde afgelopen zaterdag op de voorpagina met als kop “Vleeseten leidt tot ramp” uit een in opdracht van minister Cramer gemaakt rapport ‘Growing within Limits’ van het Planbureau voor de Leefomgeving. Het Planbureau heeft berekend dat vleesconsumptie een groot beslag legt op de wereldwijde landbouwgronden. Zo’n 80% daarvan wordt gebruikt om slechts 15% van de calorieën in ons voedsel te produceren. De wereldbevolking moet minder vlees gaan eten, omdat dit anders leidt tot honger, verlies aan biodiversiteit en klimaatverandering. Het Planbureau waarschuwt dat zonder verandering in huidige trends de gemiddelde temperatuur op aarde in 2100 circa 4oC hoger zal zijn en dat de mondiale biodiversiteit met een extra 15% afgenomen zal zijn.
Ik zou mijn hele spreektijd kunnen vullen met het citeren uit de Volkskrant van zaterdag en het supplement daarbij, dat ons voorbereidt op de Klimaattop in Kopenhagen. Ik zou dan voor een groot deel de teksten herhalen die ik uitgesproken heb in eerdere algemene beschouwingen de afgelopen jaren, o.a. over de mogelijkheid van het beperken van klimaatproblemen door minder vlees eten te stimuleren. Recent is door onderzoekers van de Wereldbank aangetoond dat vleesconsumptie niet voor 18% verantwoordelijk is voor de uitstoot van broeikasgassen, zoals wij eerder beweerd hadden op basis van cijfers van de wereldvoedselorganisatie FAO, maar dat dat zelfs 51% is!
Alle klimaatproblemen zouden opgelost zijn als iedereen minder vlees zou gaan eten, maar dat vereist een wereldwijde campagne van bewustwording en dat gaat niet van vandaag op morgen. Een belangrijk initiatief is nu de uit Engeland afkomstige Meat-free Monday, van ex-Beatle Paul McCartney. Tijdens de Financiële Beschouwingen van 8 november 2007, dus bijna 2 jaar geleden, is hier een motie statenbreed aangenomen om met de partners te overleggen of er draagvlak is om flevolandbespaart.nl uit te breiden met informatie over andere manieren om klimaatverandering tegen te gaan. Helaas blijkt daar nog niets mee gebeurd te zijn; de site is nog onveranderd. Wij nemen aan dit nog steeds op de agenda van GS staat en we willen vragen om ook dit initiatief van Paul McCartney bekend te maken via deze website. We hebben het hier al vaak gezegd: met allemaal een dag per week geen vlees eten halen we alle klimaatdoelstellingen van Nederland. We spraken al over goed gezelschap waar we in verkeren. Hier komt nog meer. A.s. zaterdag wordt op het partijcongres van het CDA een resolutie van het CDA Duurzaamheidberaad in stemming gebracht om te komen tot “een dag extra zonder vlees”. Niet alleen het CDA Duurzaamheidberaad wil minder vleesconsumptie, maar ook volgens Pieter van Geel is vlees het meest milieubelastend onderdeel van ons voedselpakket.
Het klimaat en het zuinig omgaan met de aarde gaat ons allen aan en met name onze kinderen die op een niet al te lange termijn in moeilijkheden zullen komen door ons huidig handelen. Ons overdreven consumeer gedrag leidt niet alleen tot een ingrijpende klimaatverandering maar zo ook tot de ontbossing van onze oerwouden –de longen van de aarde- in bijvoorbeeld Brazilië. Een land waar voldoende ruimte is om eiwitten te verbouwen om de mensen ter plekke van de honger te verhelpen maar waar de westerse landen uitermate grootschalig veevoer verbouwen. Die grote hoeveelheden eiwitten worden omgezet naar veel kleinere hoeveelheden eiwitten, in de vorm van vlees. Niet alleen oneerlijk maar ook onpraktisch dus. Waar men nog ongevoeliger voor lijkt is het dierenleed wat gepaard gaat met grootschalige veehouderij. Dieren als varkens, koeien en schapen zijn voor ons minder aaibaar dan hond of kat en zitten uit het zicht opgesloten in grote veefabrieken waardoor wij vergeten dat ook zij wezens zijn met gevoel en emoties welke net als wij in staat zijn om pijn en angst te ervaren. Zij zijn omgevormd tot producten. Opgesloten in krappe hokken, de mogelijkheid ontnomen tot het vertonen van natuurlijk gedrag en volgespoten met groeihormonen dienen zij de mens omdat deze graag een lapje vlees op zijn bord ziet.
Zolang het nog niet gelukt is om de vleesconsumptie te verminderen, moeten we ook de uitstoot van broeikasgassen voor energie en door verkeer zoveel mogelijk gaan beperken. Wat dat betreft lopen wij in Flevoland voorop. We zijn kampioen windenergie. Volgens het cijfer van april 2009 produceren onze windmolens –minus transport- al 56% van de energie op een duurzame manier.
In het voorjaar is hier statenbreed een motie aangenomen om ook fors te gaan inzetten op zonne-energie. We kijken uit naar de presentaties hierover volgende week.
We waren blij verrast in de najaarsnota (blz. 19) en de programmabegroting (blz. 61) te lezen over een provinciaal Duurzaam Energie- en Ontwikkelingsbedrijf, waarnaar een haalbaarheidsstudie en businessplan wordt opgesteld. De informatie die tot nu toe hierover verspreid is is schaars, in feite nog maar twee zinnen, maar we kijken met belangstelling uit naar verdere informatie hierover. Tot nu toe hebben we ons als provincie vooral bezig gehouden met productie van duurzame energie en het verminderen van energiegebruik. Door nieuwe ontwikkelingen is het van belang sterker in te zetten op de afnamekant. Tot 2020 zal de productiecapaciteit van elektriciteit in Nederland met 70% toenemen door de bouw van nieuwe kolen- en gascentrales. Het verbruik zal maar 20% stijgen. Het is belangrijk dat het verbruik van duurzame energie niet te lijden krijgt onder deze grote overcapaciteit die mogelijk prijsdalingen ten gevolge zal hebben. Na een melkplas, boterberg en mestoverschot wordt Nederland binnenkort ook opgezadeld met een enorm stroomoverschot. Het is natuurlijk niet de bedoeling om gebruikers van duurzame energie te stimuleren om meer energie te gebruiken, maar wel om niet duurzaam energiegebruik zoveel mogelijk om te zetten naar duurzaam. Sommige gemeentes zijn daar al volop mee bezig. De provincie zou dat zoveel mogelijk moeten stimuleren.

We willen nog even doorgaan over windenergie. Met name over het geplande windpark bij Urk. In de concept MER en bijbehorende stukken hebben we gelezen dat voor dit park is uitgerekend dat het aantal slachtoffers bij vogels rond de 4000 per jaar zal zijn en bij vleermuizen tot 800 per jaar. Flevoland heeft acht soorten vleermuizen welke volgens de wet beschermd zijn. De vleermuizen in en rond de Noordoostpolder worden als een belangrijk deel beschouwd van de Europese populaties. Voor een aanzienlijk deel van de vleermuizen zullen de windmolens onvoordelig uitpakken.
Voor een deel is dat de consequentie van windenergie en in dit geval het grote aantal turbines, voor een ander deel wordt het hoge aantal ook veroorzaakt door de gekozen locatie op de grens van water en land, wat gevolgen heeft voor de trek en het aantal slachtoffers daarbij. Wij zijn geschrokken van deze aantallen slachtoffers en vinden ze veel te hoog. Bij de keuze voor locaties van windparken is het belangrijk om in een vroeg stadium na te gaan wat de effecten zullen zijn voor mens en dier. Het blijkt nu pas laat in het proces dat, wat betreft aanvaringen met vogels en vleermuizen, dit geen geschikte locatie is. We begrijpen dat veranderen van de locatie vanuit de provincie nu moeilijk zal worden, zeker nu het een rijksprojectenprocedure is geworden. Het stilleggen van het park gedurende een aantal weken in voorjaar en herfst zou een oplossing kunnen zijn om het aantal doden te beperken.
Ondanks dat wij natuurlijk voorstander zijn van deze manier van energieopwekking spreken wij dit probleem toch graag uit omdat er met zoveel slachtoffers eigenlijk niet meer gesproken kan worden van duurzaamheid. Om tot daadwerkelijke duurzaamheid van windmolens te komen moet er bij plaatsing in eerste instantie gelet worden op vogel- en vleermuistrek en voorzieningen om deze dieren te weren c.q. af te schrikken om te voorkomen dat zij slachtoffer worden van ons energieverbruik. De locatie bij Urk roept ook veel weerstand op bij de inwoners en wij voelen daarvoor ook sympathie.

Uit recent gepubliceerd onderzoek van de Zoogdiervereniging in samenwerking met SOVON en het CBS bleek dat de hazenpopulatie in Nederland over de periode van 1996 tot 2008 met ongeveer dertig procent is afgenomen. Volgens de Faunabeheereenheid Flevoland is de hazenstand in Flevoland nog veel harder gedaald, namelijk van 12.000 in 1996 tot 4500 in 2008. Dat is een daling van meer dan 60%. Nog even en Flevoland heeft geen hazen meer.

Bij de algemene beschouwingen in het voorjaar is een motie aan de orde geweest waarin het college gevraagd werd in beeld te brengen hoe de hazenstand in Flevoland gestimuleerd kan worden. Deze motie kreeg de steun van PvdA, SP, CU en GL. Dat zou normaal gesproken een meerderheid van 21 stemmen hebben moeten opleveren en de motie zou aanvaard moeten zijn, als niet helaas een 5 statenleden van genoemde fracties niet aanwezig konden zijn. Hoewel de motie formeel niet aanvaard werd, bleek dat een ruime meerderheid van de fracties in deze Staten bezorgd is over de hazenstand in Flevoland. We hadden daarom gehoopt dat het college zich dat toch aangetrokken zou hebben en met beleid gekomen zou zijn om de achteruitgang van de hazenstand te keren. We zullen op dit punt bij volgende gelegenheden moeten terugkomen. Er is een relatie met de motie over de Flevolandse lobby. Zoals Flevoland dingen wil van de 2e kamerleden, zo zijn er ook kamerleden die iets van Flevoland willen. Het onderwerp hazen is hiervan een voorbeeld.


Bij de algemene beschouwingen in het voorjaar is een motie aangenomen waarin het college gevraagd werd te onderzoeken hoe biologische landbouw en veehouderij in Flevoland verder kan worden gestimuleerd. We zijn blij dat hierover al overleg is met de Stichting Biologische Landbouw Flevoland. Het verbaast ons wel dat verwacht wordt dat aan het uitvoeren van de motie helemaal geen kosten verbonden zijn. Naast kampioen windenergie, moet Flevoland ook kampioen biologische landbouw zijn.

Volgens deze week gepubliceerde cijfers van het Landbouw Economisch Instituut neemt wereldwijd de oppervlakte biologische landbouwgrond continue toe met ongeveer 10% per jaar. Ook de consumptie van biologische producten neemt jaarlijks toe met 10%. We verwachten dat die groei doorzet. Flevoland kan hier van profiteren. Minister Verburg heeft een paar weken geleden op Kamervragen geantwoord dat bijna alle gangbare melk (95,7%), kaas en boter (98,4%) en vlees (97,8%) afkomstig is van vee dat gevoed is met genetisch gemanipuleerd voer, zonder dat daar iets van op de verpakking vermeld staat. Wie geen producten op basis van genetisch gemanipuleerd voer wil eten is aangewezen op biologische producten. Flevoland kan dat leveren.

Helaas groeit in Flevoland ook de intensieve veehouderij en de meerderheid van deze Staten wil blijkbaar dat die blijft groeien ondanks de bijdrage aan klimaatverandering, dierenleed en vervuiling. De in de motie uitgesproken steun aan het stimuleren van biologische landbouw en veeteelt staat hier haaks op. De lobby van LTO vraagt om grotere percelen voor intensieve veehouderij dan GS wilde en de meerderheid in dit huis (althans hun vertegenwoordigers in de commissie Ruimte) wil dat toestaan, tegen de wil in van de gemeenten, tegen de wil in van het college. Wij hebben de weloverwogen inbreng van het college in het debat hierover in de commissie gewaardeerd. Helaas heeft het niet mogen baten. Het gevolg is dat de veestapel groeit, de uitstoot van broeikasgassen toeneemt en de ambities om een duurzame provincie te worden falen. CO2 uitstoot besparen door meer duurzame energie heeft geen zin als we tegelijkertijd de uitstoot van methaan, wat een veel schadelijker broeikasgas is, laten toenemen door uitbreiding van veehouderij.

Als we terugkijken op dit jaar, dan is voor ons het belangrijkste wat binnen de provincie bereikt is de vaststelling van de structuurvisie Oostvaarderswold, grotendeels volgens de oorspronkelijke doelstellingen. Bij besprekingen met collega statenleden binnen onze partij is steevast de klacht dat de ontwikkeling van de ecologische hoofdstructuur niet van de grond komt. Gelukkig gaat dat bij ons beter. Het grootste probleem is nu het vinden van geschikte vervangende locaties, waarbij Domeinen slecht blijkt mee te werken. Daarvoor is op 3 september een motie aangenomen om te komen tot professionele coördinatie en begeleiding van bedrijfsverplaatsingen, kortweg de motie boerenmakelaar genoemd. Het was te kort dag om die motie te verwerken in de programmabegroting, maar het zal wel financiële implicaties hebben die nog zullen moeten verwerkt. Het grote probleem zal uiteraard zijn de verplaatsing van bedrijven met intensieve veehouderij. Die zullen moeilijk of helemaal niet te verplaatsen zijn en we zullen er rekening mee moeten houden dat daarvoor bedrijfsbeëindiging gefinancierd moet worden.

Tot zover de bijdrage van de Partij voor de Dieren.

Help mee aan een betere wereld

    Doe mee Doneer